Pagina 1 van de 3 123 LaatsteLaatste
Resultaten 1 tot 10 van de 24

Onderwerp: Transmutaties bij agaporniden catastrofaal voor de 'witte oogringgroep'

  1. #1
    Senior lid
    Lid sinds
    08-08-2006
    Berichten
    228
    Thanks
    0

    Transmutaties bij agaporniden catastrofaal voor de 'witte oogringgroep'

    TRANSMUTATIES BIJ AGAPORNIDEN CATASTROFAAL VOOR DE “WITTE-OOGRINGGROEP”

    Liefhebbers van agaporniden kennen ze allemaal wel: personata’s met veel rood in de nek-, hals-, keel- en bovenborstbevedering. Jammer voor de fokker, maar deze vogels zijn niet raszuiver, hetzelfde geldt voor volledig uitgekleurde fischeri’s met een enigszins donkere (zwartachtige) aanslag op de wangen. Fischeri’s waarvan de bef op de bovenborst eindigt met een duidelijke gele rand zijn eveneens verdacht, evenals die welke rood in de nek tonen.

    Omdat de fokker die transmutaties toepast niet overal schuld aan heeft, dient tevens vermeld te worden dat het hier voor een deel gaat om nazaten van bastaardvormen van fischeri’s en personata’s die in de tachtiger jaren van de vorige eeuw bij duizenden vanuit Noordoost-Tanzania rondom Dar es Salaam en Tanga en ook uit Kenia uit de omgeving van Nairobi en Mombassa zijn ingevoerd. Vooral in deze gebieden komen in de vrije natuur geboren bastaardvormen voor uit kruisingen tussen A. personatus en A. fischeri (meldingen van Fry, Keith en Urban). Dit als gevolg van ingevoerde personata’s en fischeri’s in deze gebieden door de mens. Het gaat hier dus om gebieden die oorspronkelijk niet door deze soorten bewoond werden.

    Vast staat echter ook dat personata’s en fischeri’s die in gevangenschap onderling, maar ook met de lilianae of nigrigenis zijn gekruist in meer of mindere mate dezelfde bastaardkenmerken vertonen.
    Zo zijn er verhoudingsgewijs ook vrij veel rasonzuivere lilianae’s in omloop vooral als gevolg van kruisingen met fischeri en personata. Ook bij deze vogels is het bij aankoop geboden goed op de raskenmerken te letten. Exemplaren met een andere stuitkleur dan groen zijn niet raszuiver, dat geldt ook voor volledig uitgekleurde lilianae’s die een zwartachtige aanslag op de wangen tonen. Ook lilianae’s met een donkergekleurd in plaats van een olijfgeel achterhoofd zijn verdacht. De lilianae behoort tot de kleinste agaporniden en heeft vrijwel hetzelfde postuur en dezelfde karakteristieke houding als de nigrigenis.
    Bastaardvormen van de nigrigenis zijn vooral het gevolg van kruisingen met de personata. Een nigrigenis met een blauwachtige aanslag op de stuit is niet raszuiver, evenals een nigrigenis met geel in de befbevedering. Vogels met een rode gloed in het masker duiden op afstammelingen van de fischeri of lilianae. Een ander punt van aandacht is het postuur en de houding. Wat betreft postuur en houding lijkt de nigrigenis op de lilianae.

    Het begrip soort
    Kenmerkend voor levende dieren is dat ze zich op grond van hun overeenkomsten in een zoölogisch systeem laten rangschikken. Het belangrijkste criterium waarnaar men de dieren indeelt, is de gelijkvormigheid. Deze berust op het gemeenschappelijke bezit van een reeks gelijke erfelijke factoren. Voorts is van belang of de dieren onderling nakomelingen kunnen voortbrengen.
    Dieren die in overeenkomstige stadia van hun ontwikkeling morfologisch en fysiologisch op elkaar lijken en onder natuurlijke omstandigheden een voortplantingsgemeenschap vormen, voor zover dit geografisch en ecologisch mogelijk is, noemt men een soort.
    De ondervinding leert echter dat dieren van dezelfde soort in sterke mate voor andere diersoorten afgesloten zijn en in natuurlijke omstandigheden niet of slechts zeer zelden met andere diersoorten paren. Deze door de natuur zelf ingestelde 'soortbarrière' waarborgt dat iedere soort haar kenmerken vrijwel onveranderd aan de nakomelingen doorgeeft.

    De soort onder invloed van de mens
    Onder kunstmatige omstandigheden is het echter vaak gelukt soorten van een verwante groep met elkaar te laten paren. Daarbij blijkt dat niet tussen alle soorten van een verwante groep succesvolle kruisingen mogelijk zijn, dat dus bijv. bastaarden tussen bepaalde soorten volledig tot ontwikkeling komen terwijl die tussen andere soorten in een vroeg levensstadium te gronde gaan. Dit verschijnsel kan op de onverdraagzaamheid van de chromosomengarnituren der beide soorten berusten of op het feit dat de zaadkern van de ene soort niet past bij het eicytoplasma van de andere soort.

    In gevallen dat de bastaarden volledig tot ontwikkeling komen, zijn ze slechts zelden vruchtbaar. Voor wat betreft het geslacht Agapornis zijn dat de volgende kruisingen:
    A. taranta x A. personatus
    A. taranta x A. fischeri
    A. roseicollis x A. personatus
    A. roseicollis x A. fischeri
    A. roseicollis x A. lilianae
    A. roseicollis x A. nigrigenis
    Soms beperkt de steriliteit zich uitsluitend tot de poppen en zijn de mannen in een laat levensstadium vruchtbaar (bijv. F1- bastaarden van kapoetssijs x kanarie).

    Er zijn echter ook kruisingen tussen verschillende soorten waarbij vruchtbare bastaarden ontstaan. Zo zijn bijv. alle reciproke bastaarden tussen de leden van de witte-oogringgroep, personatus, fischeri, lilianae en nigrigenis vruchtbaar. De leden van deze groep worden veelal als natuurlijke geografische rassen van een soort beschouwd die zich als gevolg van de langdurige ruimtelijke isolatie tot zelfstandige soorten hebben ontwikkeld. Anderen echter beschouwen fischeri, lilianae en nigrigenis als ondersoorten van de Agapornis personatus en hanteren voor deze vogels de drievoudige naamgeving (trinaire nomenclatuur). Maar, zoals ik al opmerkte, is dit een kwestie van persoonlijke opvatting.

    Daar de bastaarden uit deze groep vruchtbaar zijn, bestaat de mogelijkheid kleurmutaties die bij bepaalde leden van de groep zijn opgetreden, door middel van bastaardering op andere groepsleden over te brengen. Aldus slaagde een fokker in Zuid-Afrika in 1957 er als eerste in, via kruising met de blauwe personata, blauwe fischeri’s te fokken. Op dezelfde wijze lukte het anderen de blauwe en de lichtgroenpastel nigrigenis te fokken. Via kruising met de lutino lilianae zijn naderhand ook de lutino en albino fischeri en de lutino en albino personata ontstaan.

    Het overbrengen van bijv. de blauwe kleur van de personata op de fischeri geschiedt langs een omweg en neemt op zijn minst drie fokseizoenen in beslag waarbij men als volgt te werk gaat.
    Het eerste jaar paart men een blauwe personata man aan een wildvorm fischeri pop. Alle F1-bastaarden uit deze paring zijn split voor blauw. In hun zichtbare kenmerken vertonen ze trekken van beide ouders; qua tekening staan ze het dichtst bij de fischeri.
    Het tweede jaar paart men de F1-mannen terug aan fischeri poppen. De R-nakomelingen die uit de terugkruising geboren worden, zijn voor 50% split voor blauw. In hun uiterlijke kenmerken zijn ze door kenners van raszuivere fischeri’s te onderscheiden.
    Het derde jaar kruist men de beschikbare mannen en poppen van de R-generatie onderling. Als het wat meezit, kunnen dan uit deze kruising de eerste blauwe op fischeri's gelijkende vogels verwacht worden. Voorwaarde is natuurlijk dat beide oudervogels split voor blauw zijn. Door telkens opnieuw terug te kruisen op raszuivere fischeri's ontstaan er op den duur vogels, die uiterlijk niet van echte fischeri's te onderscheiden zijn. Op dezelfde wijze wordt ook de blauwe kleur van de personata overgebracht op de nigrigenis. Ook wordt op deze wijze de pastelvorm van de personata overgebracht op de lilianae en de nigrigenis, alsook de ino factor van de lilianae op de personata, de fischeri en de nigrigenis. Ook het overbrengen van de donkerfactor van de personata op de fischeri en de nigrigenis geschiedt door middel van hybridatie.

    Persoonlijk ben ik een tegenstander van deze gang van zaken. Het zijn namelijk niet alleen de erfelijke factoren die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een bepaalde kleur die men van de ene soort overbrengt op de andere soort, maar ook een hele reeks andere erfelijke factoren die deel gaan uitmaken van het totale erfelijke materiaal van de F1-hybride en dus ook van hun nakomelingen. Een en ander betekent dat het gedurende miljoenen jaren van evolutie in erfelijk opzicht ontstane verschil tussen bijvoorbeeld een personata en een fischeri voor altijd wordt vernietigd. Zeker, de lutino personata, de blauwe fischeri of de blauwe nigrigenis mag dan door middel van terugkruising uiterlijk niet van hun raszuivere soortgenoten zijn te onderscheiden, in erfelijk opzicht blijven ze rasonzuiver en dat voor altijd. Daar doet het woord transmutatie, dat voor menig oor wat vriendelijker en acceptabeler klingt dan bastaard niets aan af.

    Voor de vogelliefhebber die zich inzet voor de raszuiverheid van de soorten vormen de R-individuen die uit hybriden stammen en niet meer van de wildvormen zijn te onderscheiden het grootste gevaar. Immers, van de blauwe fischeri is bekend dat het geen raszuivere fischeri is, die worden dus ook niet aangeschaft als men raszuiverheid der soorten nastreeft, maar aan een wildkleur fischeri die uit een bastaardgeneratie stamt, is de rasonzuiverheid vaak niet te zien met als gevolg dat deze rasonzuivere vogels vaak onopgemerkt in raszuivere bestanden binnensluipen. Een groot deel en mogelijk zelfs het grootste deel van het thans in gevangenschap gehouden agapornidenbestand van de 'witte-oogringgroep' is op deze wijze verziekt.

    Valt er nog wat aan te doen?
    Persoonlijk zou ik het toejuichen als de gezamenlijke vogelbonden de moed zouden opbrengen om alle kleurslagen van de 'witte-oogringgroep' die door transmutatie zijn ontstaan uit de vraagprogramma's te halen. Op deze wijze wordt het overbrengen van een bepaalde mutatie van de ene soort op de andere ontmoedigd. Zoals het nu gaat, dient men uitsluitend de commerciële belangen, niet de ware vogelliefhebber en zeker niet de raszuiverheid van de soorten.

    Tussen de soorten van de seksueel-dimorfismische groep, Agapornis pullarius, Agapornis canus en Agapornis taranta zijn naar alle waarschijnlijkheid geen kruisingen met goed gevolg mogelijk. Pogingen deze soorten met elkaar te kruisen, hebben voor zover ik heb kunnen nagaan nog nooit tot resultaten geleid en daar ben ik eerlijk gezegd blij om.
    Harrie van der Linden

  2. #2
    Senior lid dijkkamp's Avatar
    Lid sinds
    24-05-2006
    Berichten
    258
    Thanks
    0
    hoi Harrie

    met alle respect en bewondering voor jouw mening maar,als je er zo op tegen bent die kruisingen dus waarom beschrijf je dan precies hoe het moet?

    je schrijft een blauwe fischeri of nigrigenis blijft rasonzuiver maar hoe is dan de eerste blauwe personata onstaan,is het niet mogelijk dat er wel raszuivere zijn of is dit ten alletijden onmogelijk?

    de bonden moeten bepaalde kleurslagen wijgeren op de TT zodat deze niet meer gekweekt worden,denk je echt dat dit de reden is geweest om de vogels te kruisen naar mijn mening is geld de eerste reden hiervoor bepaalde kleurslagen brengen al veel geld op voordat er ook maar een op een TT is ingebracht.

    je schrijft zoals het nu gaat dient het alleen maar de commerciële belangen mijn mening is dat eerst er een kleurslag gemaakt wordt waar een aantal mensen goed geld aanverdienen en tegen de tijd dat de gewone kweker instaat is om deze kleurslagen ook aan te schaffen ze in het vraagprogramma worden vermeld maar mischien heb ik het mis maar dat lees ik dan wel

  3. #3
    Senior lid
    Lid sinds
    08-08-2006
    Berichten
    228
    Thanks
    0
    Hallo Dijkkamp
    Je stelt in je reactie een paar vragen die ik graag wil beantwoorden.
    Je schrijft: "Als je er zo op tegen bent waarom beschrijf je dan precies hoe het moet?"
    Dat is niet om deze kruisingen te stimuleren, maar om de beginnende liefhebber te informeren, hoe de mensen die zich met het fokken van transmutaties bezig houden te werk gaan. Er zijn nog steeds agapornidenliefhebbers die menen dat de blauwe fischeri of nigrigenis om maar eens een paar voorbeelden te noemen echte mutaties bij deze vogels zijn. Ik verklaar dus eigenlijk alleen hoe het komt dat er blauwe fischeri's en blauwe nigrigenissen bestaan.
    Je tweede vraag gaat over de blauwe personata en of die wel echt is.

    De blauwe mutatievorm, die al van 1927 dateert, werd in de vrije natuur gevangen en belandde vandaar in Engeland. Zoals je ziet, mutaties komen ook in de vrije natuur voor, maar zijn daar meestal geen lang leven beschoren omdat ze onmiddellijk onder de natuurlijke selectie vallen waarbij alles wat afwijkt meestal ten dode is opgeschreven.
    Deze blauwe personata die dus blijkbaar op tijd gevangen werd, werd dus in Engeland aan een groene wildvorm gepaard. Uit dit paar verkreeg men tot 1929 tien wildkleurige nakomelingen die split voor blauw waren. In 1930 vielen uit de splitvogels de eerste blauwe vogels in gevangenschap. In 1935 verkreeg M. Morin (Frankrijk) uit split/blauw x split/blauw eveneens verschillende blauwe personata's. Kort daarna gingen de eerste splitblauwe personata's naar de USA, later ook naar Japan. Na de Tweede Wereldoorlog werden blauwe personata's op grote schaal gefokt, vooral in Japan.
    Voor de volledigheid: De blauwe mutatie vererft autosomaal en is recessief ten opzichte van de wildkleur.
    Ik denk niet dat de fokkers van transmutaties dit voor het tentoonstellingsgebeuren doen. Het gaat hen om de poen, maar als hun afzetgebied beperkt wordt tot de mensen die alleen een afwijkend kleurtje op het hok willen hebben, maar er verder nergens mee heen kunnen, is hun broodwinning zeer beperkt en zal men er op de duur misschien mee ophouden, tenminste dat hoop ik.
    Groetjes
    Harrie

  4. #4
    Senior lid dijkkamp's Avatar
    Lid sinds
    24-05-2006
    Berichten
    258
    Thanks
    0
    hoi Harrie

    dank voor de antwoorden.

    de blauwe personata komt uit het wild schrijf je, ik had altijd begrepen dat de meeste zo niet alle mutaties een gevolg waren van veel kweekresultaten en dan vooral door bloedlijnkweek en inteelt en dat daarom er zoveel nieuwe kleuren zijn onstaan zie de zebravink,gouldamadine,grasparkiet en vele anderen.

    als dus de blauwe personata al in het wild voorkwam dan kan het toch ook zo zijn dat er bij de kwekers blauwe nigrigenissen gekweekt worden die dan wel raszuiver zijn of vergis ik mij daar in.

    ik hoop niet dat men stopt met de blauwe,violet nigrigenissen want ik vind ze verschrikkelijk mooi alleen als blijkt dat deze dus nooit raszuiver kunnen worden ja dan??????????

    met vr gr Henk Dijkkamp

  5. #5
    Senior lid
    Lid sinds
    08-08-2006
    Berichten
    228
    Thanks
    0
    Hallo Henk,
    Je kunt van mij gerust aannemen dat de blauwe fischeri en de blauwe nigrigenis uit transmutaties stammen en geen echte mutaties bij deze vogels zijn. Let bijv. bij de blauwe en violette nigrigenissen maar eens op de witte befvlek deze is vaak veel te groot en toont nog kenmerken van de personata. Ook het postuur van de blauwe nigrigenis komt niet overeen met die van de wildkleur nigrigenis.
    Verder kennen we bijv. nog de ino-fischeri en ook de donkerfactoren zijn bij de fischeri al niet nieuw meer. Hierbij gaat het echter ook weer om mutaties die bij andere agapornidensoorten zijn opgetreden en via bastaardering in de fischeri zijn gefokt. De ino-mutatie bijvoorbeeld is afkomstig van de Agapornis lilianae, terwijl de donkerfactoren afkomstig zijn van de Agapornis personatus.
    De lutino vorm bij de personata is eveneens een transmutatie van de Agapornis lilianae.
    Ook de slaty verschijningsvorm bij de fischeri is niet raszuiver. Deze echte mutatie ontstond weliswaar bij de fischeri, maar kwam tevoorschijn uit de kruising van een DD-blauw (mauve) fischeri en een D-groen (donkergroen)/blauwe fischeri. Beide oudervogels zijn genetisch niet raszuiver. Immers zowel de blauwfactor als de donkerfactoren stammen van de personata. Hieruit volgt dat ook de slaty niet als een raszuivere fischeri aangemerkt kan worden.
    De slaty-factor veroorzaakt een verandering van de veerstructuur waardoor de melkwitachtige kleur van de keratine waaruit de veer is opgebouwd vrijwel geheel doorzichtig wordt met als gevolg dat in combinatie met de blauwfactor een leiblauwachtige verschijningsvorm ontstaat. In de baarden van de bevedering wordt een geringe toename van melanine aangetroffen, maar nog onduidelijk is of dit veroorzaakt wordt door de slatymutatie dan wel het gevolg is van het bastaardkarakter van deze verschijningsvorm.
    Harrie

  6. #6
    Een lpaar ekenvragen als het mag tussendoor: Kan die ene eerste in het wild gevangen blauwe ook geen transmutatie geweest zijn dan?
    Hoe zeker is het dat die wel raszuiver was?
    In hoeverre overlappen de leefgebieden elkaar, in elk geval destijds?

  7. #7
    Senior lid
    Lid sinds
    08-08-2006
    Berichten
    228
    Thanks
    0
    Hallo Ton
    De leefgebieden van beide soorten liggen een heel stuk uit elkaar. Er zijn geen overlappingsgebieden in het oorspronkelijke leefgebied van de beide soorten. Bovendien kruisen de soorten in de vrije wildbaan nauwelijks met elkaar, maar stel dat dit toch ooit is gebeurd, de kans dat dan twee splitvogels voor blauw elkaar weer treffen in de vrije natuur is hooguit een op de 100 miljoen. niet erg groot dus.
    Groet
    harrie

  8. #8
    Dank, dan moet het dus wel een echte mutatie zijn haast.
    Erg leerzaam zo!

  9. #9
    Senior lid
    Lid sinds
    15-05-2006
    Berichten
    388
    Thanks
    0

    mutaties in het wild

    de meeste mutaties in het wild zijn bij echte natuur vogels meestal geen lang leven beschoren. Meestal is hun kleur te opvallend, zeer zeker bij vogels die in kolonieverband leven, De soortgenoten maken dit exemplaar meestal gewoon af. als dit al niet in het nest gebeurd. Mutaties zijn geen overlevingsvorm. Wel gebeurd het dat je nog wel eens bonten kouwen ziet maar deze vogels zie dat ook in de bewoonde wereld, vlakbij mensen.

  10. #10
    Senior lid
    Lid sinds
    08-08-2006
    Berichten
    228
    Thanks
    0
    Ben het in grote trekken met je eens Louis. Ik vermeldde dat in het bovenstaande al. Maar er zijn naast de genoemde blauwe personata ook andere papegaaiachtigen waarvan in de vrije natuur kleurmutaties bekend zijn, tenminste als je de literatuur mag geloven.
    In 1886 ontvangt de Engelsman J. Abrahams een paartje gele grasparkieten uit Australië, afkomstig uit wildvang. Met geel wordt hier waarschijnlijk de overgoten kleurvariëteit bedoeld, deze noemde men vroeger immers geel totdat de lutino zijn intrede deed. Vanaf die tijd heet de 'gele' overgoten lichtgroen.
    In 1887 wordt in het British Museum een balg tentoongesteld van een donkergroene grasparkiet afkomstig uit de wildbaan.
    In 1933 wordt uit Australië een lichtgroene opaline gemeld afkomstig uit de wildbaan.
    Ook van andere vogelsoorten zijn dergelijke meldingen bekend.
    Harrie

Pagina 1 van de 3 123 LaatsteLaatste

Forum Rechten

  • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
  • Je mag geen reacties plaatsen
  • Je mag geen bijlagen toevoegen
  • Je mag jouw berichten niet wijzigen
  •  
Vogelcafé.nl forum, de ontmoetingsplek voor vogelliefhebbers
VogelMarkt.net | VogelKrant.nl | NBvV.nl | VogelIndex.nl | VogelKrant.nl |