PDA

Bekijk Volledige Versie : Stadslicht maakt merelmannetjes eerder paarklaar



ele
18-02-2015, 00:55
http://www.npowetenschap.nl/nieuws/artikelen/2013/febr/Lustige-stadsvogels.html

Vogels die in de stad leven hebben ’s nachts veel licht om zich heen. Dat blijkt invloed te hebben op hun liefdesleven: ze denken eerder dat het paartijd is.

Zoom
© Malene Thyssen / Wikimedia
Een mannelijke merel.
Dieren die in de stad leven gedragen zich vaak anders dan hun soortgenoten in de vrije natuur. Een bekend voorbeeld is dat van stadsvogels die luider zingen dan soortgenoten op het platteland of in het bos, en soms ook met een afwijkend repertoire. Het is bovendien niet alleen lawaai dat de leefomgeving van stadsdieren verstoort. Wat doet het bijvoorbeeld met vogels om continu (kunst)licht om zich heen te hebben?

Een drietal Duitse biologen, onder leiding van Davide Dominoni, was hier nieuwsgierig naar. En dan vooral naar de invloed van het dag en nacht aanwezig zijn van licht op het seksuele leven van stadsvogels. In ons deel van de wereld timen vogels hun paar- en broedtijd meestal op basis van daglengte. Maar als de diertjes het licht van straatlantaarns ook beschouwen als ‘dag’, kan dit dus best eens een afwijking geven in de timing van het paren en broeden.

Voor hun onderzoek voorzagen de Duitse biologen eerst een aantal mannelijke merels uit de stad en uit een bos van een klein lichtmetertje. Een week later vingen ze dezelfde dieren terug en keken ze naar hoeveel licht de dieren op welke moment blootgesteld waren geweest. Stadsmerels bleken inderdaad in de nacht meer licht mee te krijgen dan bosmerels. De informatie over de lichtblootstelling gebruikten de wetenschappers vervolgens om in hun laboratorium in ’t wild gevangen stads- en bosmerels bloot te stellen aan een nauwkeurig nagebootst dag- en nachtschema, waarbij in de kooien van de stadsmerels ’s nachts een zwakke lamp brandde.

Hoewel de sterke van het licht waaraan de dieren ’s nachts werden blootgesteld ook weer niet zo hevig was, had het toch een duidelijke invloed op ze. De merels die werden gehouden onder omstandigheden zoals in de stad, werden maar liefst een maand eerder paarrijp dan de dieren in wiens kooi en het ’s nachts volledig donker was. Mannetjesmerels zijn, anders dan bijvoorbeeld mensenmannen, niet permanent geslachtsrijp; hun testikels groeien aan het begin van het paarseizoen. Door de aanwezigheid van het extra licht dachten de lijfjes van de diertjes eerder dat het lente was, en gingen hun testikels dus vroeger in het jaar groeien. De stadsvogels hadden ook veel eerder dan de bosvogels een verhoogde concentratie testosteron in hun bloed, maar ze wisten hun driften wel in de toom te houden; ze vertoonden slechts twee weken eerder dan de bosmannetjes ook echt paargedrag.

Zo’n verschil van een maand tot twee weken in de timing van het paren (en dus ook broeden) klinkt misschien gering; maar als je nagaat dat het volledige broedseizoen van merels drie tot vier maanden duurt, is het toch een behoorlijke verschuiving. Bovendien is het voor vogels essentieel om het krijgen van jongen goed af te stemmen op het moment dat er het meeste voedsel voor handen is. Te vroeg broeden kan betekenen dat er nog niet genoeg insecten, wormen of bessen zijn om je jongen netjes groot te brengen.

Dat stadsvogels eerder broeden dan hun soortgenoten buiten de stad is trouwens al vaker opgemerkt door biologen. Maar tot nu toe was het niet duidelijk waar dit door komt. Eerder geopperde verklaringen zijn bijvoorbeeld dat het komt doordat het in de stad warmer is dan erbuiten, of doordat er in de stad meer voedsel aanwezig is. Aan het verschil in licht was wel gedacht; maar zonder duidelijk bewijs. Dat bewijs is er nu dus wel.

http://rspb.royalsocietypublishing.org/lookup/doi/10.1098/rspb.2012.3017