PDA

Bekijk Volledige Versie : hormonen en licht



ele
18-09-2012, 18:20
Kunnen we vogelhormonen gelijkstellen met die van mensen?

Hebben ze dan eventueel ook altijd dezelfde naam?


b.v.d.

mvg. Eelke

Henk Adelerhof
18-09-2012, 18:22
U bedoeld Testosteron en Oestrogeen? geen idee, is er een dieren professeur in de zaal? lol :D

ele
18-09-2012, 18:33
Er zijn nogal wat hormonen Henk, en doe maar "je" a.u.b.;)

Van den Broeck Alfons
18-09-2012, 20:14
Hebben ze dan eventueel ook altijd dezelfde naam?

Ja, laten we zeggen voor 99%.


Kunnen we vogelhormonen gelijkstellen met die van mensen?

De fysiologische werking kan verschillen.

ele
19-09-2012, 17:53
Dank u Alfons.

Van den Broeck Alfons
20-09-2012, 08:27
Graag gedaan, Eelke.

Ik stel me echter de vraag welke richting je uit wilt met al deze vogelhormonen.

ele
20-09-2012, 09:13
Doordat ik, door omstandigheden, mij wat in licht ben gaan verdiepen kom ik allerlei zaken tegen die daar mee te maken hebben of schijnen te hebben.
Dit vanuit een zekere "0-positie".

Onder ander de hormonen cortisol (door ACTH) en melatonine (uit serotine) blijken een zeer sterke en bekende relatie met licht te hebben.
De werking van o.a. die 2 hormonen en de relatie met licht probeer ik een beetje te begrijpen en te vertalen naar onze vogels zodat we dit beter kunnen begrijpen en evt. toepassen.
Dit toepassen op een zo goedkoop mogelijke manier (ben dan wel Fries, maar ook Hollander:D ).

Zo vraag ik mij eigenlijk af of er meerdere hormonen zijn welke een mogelijke verklaarbare relatie hebben met licht.


mvg. Eelke

Ton Koek
20-09-2012, 15:00
Of je de hormoonhuishouding bij dieren kunt vergelijken met die bij mensen, weet ik niet, maar zoek ook eens op lichttherapie. Er is al veel geschreven over de invloed van licht op (vooral) de gemoedstoestand van mensen.

Josly
20-09-2012, 15:51
Hallo,

Licht-prikkel heeft invloed op de hersenklier. Zowel bij mensen, zoogdieren, vogels, etc.

Gebruik eens de zoekterm;
" Turkse zadel (sella turcica)
Of eenvoudig gezegd " Hypofyse "

http://umcg.net/?page_id=98

http://people.eku.edu/ritchisong/birdbrain.html

http://people.eku.edu/ritchisong/birdbrain2.html

Josly
20-09-2012, 17:42
Hallo,

Invloed van/bij bepaalde hormonen.

www.pnas.org/content/109/34/13847

http://nl.medicalvogue.com/een-circuit-voor-agressie-in-de-hersenen-van-boos-vogels/

Van den Broeck Alfons
20-09-2012, 19:59
Wat Josly aangeeft in zijn verwijzingen (http....), ja, daar zitten een aantal goede tussen, inzonderheid voor wat betreft het vasoactive intestinal polypeptide (VIP) en in relatie met de agressie bij granaatastrilden. Dat moet ik nog eens aandachtig bekijken, want momenteel heb ik weinig tijd.

Prolactine, LH en FSH : daar ben ik al langer mee bezig, inzonderheid voor wat betreft de relatie van deze hormonen met bepaalde aminozuren in de voeding.


melatonine (uit serotine)

Melatonine : de studie van deze biochemische stof, daar ben ik al meer dan 10 jaar mee bezig, en met weinig succes trouwens. Je stuit regelmatig op serotonine, hetgeen wel een mogelijke agressie kan verklaren bij vogelsoorten.


Cortisol (en ACTH) :

Ja, dat kan een relatie hebben met licht. Als je bv. vogels kweekt in een kelderruimte, bij kunstlicht, gedurende een aantal maanden, en na de kweekperiode verplaatst je deze vogels naar een buitenvoliëre met daglicht, dan zouden deze vogels in een stresssituatie terecht kunnen komen voor wat betreft de relatie : verandering kunstlicht/daglicht. Zeker voor wat betreft jonge vogels, die nog nooit daglicht hebben waargenomen. Stress, kan een verhoging van het cortisolgehalte in het bloed, veroorzaken. Ik zeg duidelijk "kan", maar het hoeft niet.


(ben dan wel Fries, maar ook Hollander

Dat kan niet. Een trots volk als de Friesen, die kunnen nooit Hollander zijn, de geschiedenis indachtig. Eigenlijk leunen de Friesen meer aan bij de Noren en zijn jullie, per toeval, bij de Hollanders gedeponeerd. Hollanders, dat is toch dat volk boven de moerdijk, maar onder Friesland, of heb ik het fout.

ele
20-09-2012, 23:44
Dat kan niet. Een trots volk als de Friesen, die kunnen nooit Hollander zijn, de geschiedenis indachtig. Eigenlijk leunen de Friesen meer aan bij de Noren en zijn jullie, per toeval, bij de Hollanders gedeponeerd. Hollanders, dat is toch dat volk boven de moerdijk, maar onder Friesland, of heb ik het fout.

Iedereen die een vorm van Nederlands spreekt in Nederland is voor mij een "Hollander".
In Duitsland is zelfs ook nog een hele streek waar men een vorm van Fries spreekt, misschien hebben wij nog geluk gehad door bij de Hollanders te mogen wonen:o
Ach alles heeft z'n voor- en nadelen.
Ik heb probeer meer te "zien" / "denken" in individuen dan in groepen.

Zeer leuk om te lezen dat u daar zo diep al in bent gegaan Alfons.
"De aanhouder wint" probeer ik altijd maar te denken.
Al was deze winst maar een klein stukje van de puzzel, dit zou mogelijk anderen weer op nieuwe ideeën kunnen brengen.

|Ik vond dit wel een verhelderend plaatje over hoe het ongeveer bij mensen werkt:
http://www.stamcel.org/afbeeldingen/hypofyse1groot.jpg

http://www.stamcel.org/afbeeldingen/hypofyse1groot.jpg

Van den Broeck Alfons
21-09-2012, 09:02
Ja, dat is een mooie afbeelding, ook al is ze voor mensen, maar je zou grosso-modo kunnen stellen : zo werkt het, algemeen beschouwd, ook bij vogels. Je moet dan wel, alles van baarmoeder en borstmelk, weglaten.

De tekst, in de rechthoek, met "TSH" : dat heeft een relatie met melaninekleurstoffen bij vogels, bv. bij zebravinken, die veel melaninekleurstoffen bezitten in hun bevedering.

De tekst, in de rechthoeken, met "Prolactine", "FSH-LH", moet je bij vogels als een geheel beschouwen, tesamen met progesteron, oestrogeen (vnl. oestradiol) en testosteron.

ele
26-09-2012, 17:44
Een duivenliefhebber die het volgens mij aardig heeft begrepen wat licht doet of kan doen. http://www.pitts.be/index.asp?par=f_articles.detail&ID=757

Misschien is dit reeds bekende informatie voor geinteresseerden, maar ik denk dat dit toch een heel klein beetje inzicht kan geven over o.a. het belang van "donkere nachten" en niet alleen bij mensen.

http://www.circadian.nl/prolactine-balans/

•De belangrijkste rol van prolactine is die op het immuunsysteem. Het verhoogt de productie van T cellen en NK cellen (Natural Killer). Dit is o.a. de eerste lijns defensie tegen kankercellen. Onderzoek van de NIH concludeert dat minimaal 6 uur productie van prolactine in het donker nodig is om de T en NK immuunfunctie goed te onderhouden.

•Stress verhoogt niet alleen cortisol maar ook prolactine.

mvg. Eelke

Van den Broeck Alfons
26-09-2012, 18:43
Prolactine en het zelf grootbrengen van nestjongen :

Prolactine staat in relatie tot broedzorg bij vogels. Algemeen beschouwd.

Broedzorg : het uitbroeden van de al dan niet bevruchte eieren door de oudervogels = eerste fase. Tweede fase : het grootbrengen van de pas uitgekipte nestjongen door de oudervogels = laten we zeggen : natuurbroed.

Bij lage prolactine concentraties in het lichaam van vogels, neemt de broedzorg af. Lichaam van vogels : zowel bij poppen als bij mannen. Ofwel broeden de oudervogels de eieren niet uit, en, ofwel worden de pas uitgekipte nestjongen niet of weinig gevoed na het uitkippen.

Bij mannelijke vogels, die wensen deel te nemen aan de broedzorg, zal door het feit dat de poppen eieren leggen, het prolactinegehalte in het lichaam beginnen te stijgen, om (mogelijk) daarna deel te nemen aan het grootbrengen van de nestjongen. Blijft het prolactinegehalte laag in het lichaam van de mannelijke vogels, dan is er overheersend geen deelname aan het broedproces.

Poppen, die geen mannelijke partner hebben, om welke reden ook (bv. overschot), doch een hoog prolactinegehalte hebben in hun lichaam, kunnen best ingezet worden om (verworpen) nestjongen groot te brengen, omdat ze er fysiologisch rijp voor zijn en een bepaalde graad van broedzorg zullen manifesteren.

Mannelijke vogels, die op het ogenblik van het leggen van de eieren door de pop, reeds een hoog prolactinegehalte hebben in hun lichaam, nemen deel aan het broedproces en zullen waarschijnlijk een hoge graad van "vaderschap" manifesteren, na het uitkippen van de nestjongen.

Het is dus ook zinloos, om eieren van andere vogels te plaatsen in de nesten van Japanse meeuwen, als deze Japanse meeuwen, een te laag prolactinegehalte hebben in hun lichaam, en derhalve ook minder of totaal geen broedzorg wensen te manifesteren.

Copyright Van den Broeck Alfons - 2012.

ele
28-09-2012, 14:22
Bedankt voor uw zeer heldere en in begrijpelijke taal uitgelegde stukje!

Is dit een kort stukje uit een boek of artikel van u?

Ik zou er zeer graag meer van willen lezen, is daar een mogelijkheid toe?


mvg. Eelke

Van den Broeck Alfons
28-09-2012, 15:24
Is dit een kort stukje uit een boek of artikel van u?

Dit is een zeer klein deeltje, van een boek dat ik, al drie jaren aan het schrijven ben, over voedingsgerelateerde ziekten bij kleinere zaadetende vogels en hoe men deze eventueel kan voorkomen.

Zal waarschijnlijk nog één tot twee jaren duren, vooralleer het voltooid is en als mijn gezondheid het toelaat. Deze zal zeker niet beschikbaar zijn voor het grote publiek. Ben dit eigenlijk aan het doen voor een vereniging.

Het grote probleem bij het schrijven van zo'n boek, is het in een gewone verstaanbare taal laten overkomen van wetenschappelijke termen, voor de gewone leek, die de kans niet heeft gehad om te studeren, ongeacht welke reden. Het tweede probleem is dat in de fysiologie van vogels, één klein aspect nooit alleen op zichzelf bestaat. Er is altijd wel een relatie heeft met een ander aspect/aspecten.

Heb al eens een syllabus van ongeveer 350 blz. geschreven over ziekten bij diverse vogelsoorten, ook voor een vereniging. Maar eigenlijk was die tekst, op bepaalde onderdelen, toch een beetje te moeilijk voor hen. Ga deze toekomstgericht nog moeten herwerken.

ele
28-09-2012, 17:29
Dat van die "gewone verstaanbare taal" kom ik ook tegen, maar dan waarschijnlijk van de andere kant zeg maar.
Ik zie met veel belangstelling uit naar uw boek en zal proberen u niet teveel te ontfutselen;)

Het boek van F.C. Schuit "moleculaire benadering van de geneeskunde" zit ik zo nu en dan in te zoeken en lezen. Ik begrijp lang niet alles, maar er staat toch zeker veel duidelijke en voor mij interessante info in.
http://books.google.nl/books?id=X6LGPxt2ooYC&pg=PA23&lpg=PA23&dq=moleculaire+benadering+van+de+geneeskunde&source=bl&ots=BoAb0eyL6d&sig=OrZPpe9y8kxRUtjNpAzJNvNvNWc&hl=nl#v=onepage&q&f=false


mvg. Eelke

ele
28-09-2012, 17:30
Of je de hormoonhuishouding bij dieren kunt vergelijken met die bij mensen, weet ik niet, maar zoek ook eens op lichttherapie. Er is al veel geschreven over de invloed van licht op (vooral) de gemoedstoestand van mensen.

Een gebruiksaanwijzing voor een bepaald type lamp:
http://www.lichttherapiewinkel.nl/images/goLITE_P1_Userguide_NL.pdf

Positieve effecten die bij dit soort lampen worden beschreven hebben o.a. betrekking op gemoedstoestand, gezondheid, geneeskundig effectief (vanaf 5.000 Lux), verschuivingen van dagritmes, Jetlag voorkoming, vermindering vermoeidheidsgevoel, enz.

De meeste lampen zijn regelbaar qua hoeveelheid Lux en met een maximum van 10.000 Lux op 20 centimeter afstand. Wordt de afstand groter dan daalt dit al snel. (o.a. afhankelijk van de lichtkleur)
Er mag geen UV worden afgegeven door deze lampen.

Bij bewolkt weer zou de lichtintensiteit ongeveer 1000 Lux kunnen zijn en bij een zeer heldere zonnige dag 100.000 Lux.
Een zonnige zomerdag ongeveer tussen de 10.000 en 30.000 lux volgens de gegevens geleverd bij de lampen.
In een goed verlichte ruimte zou dit ca. 500 Lux zijn.

De lichtkleur verschilt ook, wit licht is mogelijk(menging van kleuren), maar ook blauw (bijv. 454 - 484 nanometer en meestal leds).
Blauw is vele malen effectiever gebleken dan bijv. wit licht, dit op o.a. de hormoonhuishouding, maar dit zou ook grote gevaren op kunnen leveren. (aangegeven door deskundigen uit o.a. de gezondheidszorg)

Enkele mogelijke effecten die weinig worden genoemd:
Patiënten met bijv. epilepsie kunnen een risico lopen op meer en heftiger aanvallen.
Mensen die medicijnen gebruiken kunnen mogelijke nadelige effecten krijgen.
Mogelijke permanente schade aan het netvlies in het oog ('blue light hazard').
Een positief effect bij bijv. mensen met o.a. Parkinson wordt hier en daar over gesproken.

Het gebruik van een zogenaamde wake-up light zou bij ADHD kunnen helpen.

Door onderdrukking van de nachtelijke hormonen zou de slaap bijv. een aantal uren uitgesteld kunnen worden, het effect dan weer is uitgewerkt.

In zekere zin heeft dit ook met vogels te maken omdat veel effecten niet alleen van toepassing zijn op mensen.



mvg. Eelke

bonkje
28-09-2012, 19:41
@ Dat kan niet. Een trots volk als de Friesen, die kunnen nooit Hollander zijn, de geschiedenis indachtig. Eigenlijk leunen de Friesen meer aan bij de Noren en zijn jullie, per toeval, bij de Hollanders gedeponeerd. Hollanders, dat is toch dat volk boven de moerdijk, maar onder Friesland, of heb ik het fout.




helemaal mee eens !!!
maar wij zijn ook zeer trots op ons mooie nederland
maar toch de gevoelens gaan naar ons mooie friesland

mvg klaas

ps on topic
wou er toch even op reageren;)

Van den Broeck Alfons
29-09-2012, 06:56
Ik zie met veel belangstelling uit naar uw boek en zal proberen u niet teveel te ontfutselen

Als bepaalde informatie nuttig is, in één of andere reactie op een bepaald onderwerp op dit forum, dan publiceer ik dat gewoonweg.

Ik heb totaal geen enkel probleem om mijn beperkte kennis te delen met anderen op dit forum, gewoonweg omdat ik ook leer van anderen op dit forum. En, zéér belangrijk, daarvoor moet je dankbaar zijn. Dankbaarheid kan je terug uiten door zelf informatie vrij te geven voor anderen.

Iemand, die denkt dat hij alles weet en zich ook in die zin voordoet, ja, dat is voorlopig een "verloren" iemand. Dergelijke personen raad ik aan van dringend de werking van hun neurotransmitters bij te stellen, met een passende medicatie. In de volksmond zegt men dat ze "hun pedalen ergens verloren hebben".

casehulsebosch
29-09-2012, 07:39
Hoi Alfons. Even een quote van Winston Churchill:

"You must have been taught a lot to know that you know very little."

Groet, Kees, Tauranga, Nieuw Zeeland.

Van den Broeck Alfons
30-09-2012, 09:48
"You must have been taught a lot to know that you know very little."

Kan ik mij perfekt in vinden en je kan het ook anders stellen : "zoveel te meer informatie je hebt over een bepaald onderwerp, zoveel te meer vragen er rijzen over dat onderwerp". Bekijk het onderwerp "licht en vogels" hier maar. Het is soms moeilijk om "het bos nog tussen de bomen te vinden", voor een leek, in licht, zoals ik. Maar, ik probeer te volgen met de weinige tijd die ik momenteel heb.

Daar moeten ongetwijfeld goede studies over bestaan bij siervogels, maar dat gaat uren zoekwerk worden : praktische relatie "kweek en licht" in al zijn facetten. Trouwens, ik heb recentelijk van een andere liefhebber gehoord, dat de Wageningen universiteit, daar het één en ander, wetenschappelijk mee bezig is. Welke domeinen juist, wist men mij ook niet te vertellen.

P.S. : Winston Churchill was trouwens ook zo'n sigarenroker als ik.

ele
02-10-2012, 00:58
Misschien het volgende onderzoek te volgen op www.lichtopnatuur.org ?
http://www.lichtopnatuur.org/images/files/Kamiel_Spoelstra_NIOO-KNAW.pdf

Van den Broeck Alfons
02-10-2012, 06:32
Ja, het was iets in die zin.

ele
02-10-2012, 09:38
http://www.melkveebedrijf.nl/uploadedFiles/MVBokt11_B_14-16%281%29.pdf

Duidelijk is dat waarnemen van licht de aanmaak van het slaaphormoon melatonine in de hersenen remt.
Hierop reageren weer andere hormonen, maar welke?
Een rol van prolactine, somatotropine en cortisol is onderzocht, maar niet gevonden.
Uiteindelijk is het hormoon IGF-1, wat staat voor Insuline-like-growth Factor 1, de beste kandidaat gebleken.
Zou dit voor vogels ook ongeveer kunnen gelden?

Van den Broeck Alfons
02-10-2012, 15:33
Hierop reageren weer andere hormonen, maar welke?

Onder voorbehoud, want we zitten hier bij zoogdieren en ik ben niet goed in koeien. Ik hou enkel van deze beesten voor hun biefstuk, hun gebraad en hun melk.

Als men bij vogels de duur van de dag verlengd, dan worden de hormonen LH en FSH gestimuleerd.

LH = luteiniserend hormoon.
FSH = follikel stimulerend hormoon.

Ik weet dat, prolactine en groeihormoon bij vogels, een relatie met elkaar hebben, maar dat mechanisme moet ik toch nog eens nakijken. Is te lang geleden.

Praktisch gezien is IGF1 eigenlijk een soort groeihormoon.

ele
19-03-2014, 21:22
Een aantal mogelijk interessante citaten:

http://www.nu.nl/wetenschap/2851988/hormonen-bepalen-wanneer-jonge-vogels-uitvliegen.html

Hormonen bepalen wanneer jonge vogels uitvliegen
AMSTERDAM - Zeevogels geven hun jongen minder te eten zodra ze oud genoeg zijn om het nest te verlaten. Maar het zijn de hormonen van de kuikens zelf die bepalen wanneer ze uitvliegen.

Dat concludeert een team van de University of Leeds vandaag in Behavioural Ecology.
De onderzoekers bestudeerden een kolonie Noordse pijlstormvogels (Puffinus puffinus) op het eiland Skomer, voor de kust van Wales. Ze wilden weten of de toename van het hormoon corticosteroďde in de jongen beďnvloed wordt door de ouders.
Dit deden ze door de ouders voor de gek te houden. Ze verwisselden hun kuikens met die uit andere nesten. Veel pijlstormvogels herkennen hun kroost toch niet, maar vliegen simpelweg naar eigen nest. De jongen verschilden 10 tot 14 dagen in leeftijd.
Minder voedsel
De ouders bleken hun jongen na zestig dagen minder voedsel te gaan geven, ongeacht hoe groot het was. Het maakte bovendien niet uit of de ouders voor hun eigen kind of dat van een ander zorgden.
De hoeveelheid corticosteroďde in de jongen nam toe in de weken voordat ze uitvlogen. Dat deden ze als ze zeventig dagen oud waren. Uitvliegen blijkt zodoende niet afhankelijk van de hoeveelheid voedsel die ze krijgen. De jonge pijlstormvogels verlaten hun nest uit eigen beweging en worden niet door hun ouders beďnvloed.
Reden
De reden waarom ouders minder voedsel gaan geven is uit zelfbescherming; ze kunnen het eten zelf goed gebruiken voor hun tocht over de Atlantische Oceaan naar Zuid- en Centraal Amerika. Het kan zijn dat hun kuikens hierdoor ondergewicht hebben, waardoor ze sterven.
Maar het is voor deze zeevogels een groter risico om zelf dood te gaan door onvoldoende te eten; ze zijn veertig jaar lang in staat om voor nageslacht te zorgen.

ele
19-03-2014, 21:30
http://www.mpg.de/1050164/breedingSuccessBirds?filter_order=L
De door google vertaalde versie:

Hormonen bepalen broedsucces bij vogels
Max Planck onderzoekers kan het aantal nakomelingen een vogel zal zijn op basis van zijn prolactine en corticosteron niveaus voorspellen


25 januari 2011

Sommige dieren produceren meer nakomelingen dan anderen. Hormonen zoals prolactine en corticosteron kan een cruciale invloed op het gedrag van vogels in het broedseizoen en dus op hun reproductief succes te oefenen. Wetenschappers van het Max Planck Instituut voor Ornithologie in Radolfzell en hun collega's van de universiteiten van Princeton en Edinburgh hebben nu aangetoond dat hormoon niveaus een belangrijke rol spelen, niet alleen tijdens het broedseizoen, maar al dicteren, lang van te voren, hoeveel eieren een voedingsbodem pair zal leggen, wanneer zij hen zal leggen en hoe vaak. Hormonale constitutie van een dier is dus van groot belang voor het reproductief succes, en is misschien wel een belangrijke motor van de evolutie. (Proceedings of the Royal Society B, 19 januari 2011)

Hormonen zijn belangrijke signaalmoleculen. De genesteld nummer van de huismus is afhankelijk van prolactine en corticosteron.
Zoom Beeld
Hormonen zijn belangrijke signaalmoleculen. De genesteld nummer van de huismus is afhankelijk van prolactine en ... [meer]
© iStockphoto
Aanzienlijke variatie kan worden waargenomen in het aantal nakomelingen geproduceerd door de leden van vogelsoorten. Bovendien verschillende individuen binnen een soort beginnen aan de paring en kweken processen op verschillende tijdstippen. Hormonen, de minuut boodschapper moleculen die significante effecten op organismen hebben, kunnen een belangrijke controlefunctie aannemen in deze processen. Bijvoorbeeld, de concentratie van corticosteron iets toe wanneer een dier zeer actief, en tijdens broed zorg. Wanneer de vogel wordt blootgesteld aan plotselinge gevaar en aanzienlijke stress als gevolg, zijn niveaus aanzienlijk stijgen. In deze situatie, functies die niet belangrijk zijn om te overleven, zoals reproductie, worden onderdrukt. In tegenstelling, het hormoon prolactine stimuleert de vogels om meer te investeren in de voortplanting, het bepaalt het aantal eieren per koppeling en de intensiteit van broed zorg.

Samen met hun collega's aan de Universiteit van Edinburgh, Jenny Ouyang van de Princeton University en Michaela Hau van het Max Planck Instituut voor Vogelonderzoek onderzocht hoe hormoonconcentraties in individuele wild huismussen (Passer domesticus) voor en na het broedseizoen correleren met reproductief succes. Deze vogels vaak sterk verschillen in termen van het aantal koppelingen die zij produceren, het aantal eieren leggen ze in de loop van een broedseizoen en hoeveel van hun jongen geworden volwaardige. Omdat huismussen zijn trouw aan hun habitat, zeer specifieke studies kunnen worden uitgevoerd op individuele vogels uitgevoerd over een langere periode.

De wetenschappers telde het aantal eieren, koppelingen en jonge vogels per broedpaar. Ze namen ook regelmatig bloedmonsters drie weken voor het begin van de fokkerij en tijdens de opfok van de eerste koppeling, zowel in natuurlijke situaties en onder kunstmatig opgewekte stress, om de bijbehorende concentraties van de hormonen corticosteron en prolactine in het bloed van de vogels te bepalen. "We waren verrast dat we konden voorspellen hoeveel nakomelingen een ouderpaar zou hebben gebaseerd op hormoonspiegels drie weken vóór het broedseizoen", aldus Jenny Ouyang. "Mussen die lage corticosteron waarden had voordat het broedseizoen verhoogde de meeste nakomelingen. Vooral vogels met lage waarden voor, maar hoge waarden tijdens het seizoen had de hoogste voortplantingssucces. Ze blijkbaar investeerde veel energie in het broed. "In tegenstelling, de dieren die een zeer sterke hormonale reactie op stress hadden gevoed hun jongen minder en produceerde minder nakomelingen.

Volgens de wetenschappers, prolactine speelt een cruciale rol in de timing van de eerste tot ei: wijfjes met hogere niveaus prolactine eerder begonnen plaatsing en hadden meer nakomelingen als gevolg. "Het feit dat de twee ouders hebben zeer gelijkaardige hormonale waarden is ook fascinerend voor ons," voegt Jenny Ouyang. "Het is nog niet duidelijk of de paren te beďnvloeden elkaars hormonale status of dat ze partners met soortgelijke hormoonspiegels te selecteren."

De resultaten van deze studie te vergroten van kennis over de fysiologische mechanismen die kunnen dicteren wanneer een vogel rassen, hoeveel eieren het produceert per koppeling en hoe vaak deze rassen. De hormonen prolactine en corticosteron, in het bijzonder, spelen een belangrijke rol in de regulering van individuele investeringen voor de voortplanting begint dan eerder werd aangenomen. Als een individu hormonale constitutie kunnen worden geërfd, kan dit een fundamentele verklaring waarom sommige mensen worden grote aantallen nakomelingen en zijn meer succesvol dan anderen vanuit een evolutionair perspectief te bieden.

ele
19-03-2014, 21:36
http://www.weetnet.nl/lentehormoon/lentehormoon.htm

Wat bij vogels kan ...

door Perrus Dif

De pijnappelklier, amygdalus geheten, zorgt er bij vogels voor dat het minuscule beetje licht dat door het schedeldak heendringt het "lentehormoon" (ecdyson) activeert (ook wel sex hormoon geheten). De amygdalus is lange tijd een mysterieuze klier geweest voor biologen. Vogels waarbij deze klier was weggehaald (op de ouderwetse chirurgenmanier) kregen stoornissen in het voortplantingsgedrag. Omdat het echter nooit zeker is dat met het weghalen van de amygdalus ook niet wat ander hersenweefsel verd wijnt was het ook niet duidelijk of deze amygdalus wel verantwoordelijk was voor het paargedrag in de lente. Ook de proeven waarbij de vogelschedels afgedekt werden met een dun, zwart leren kapje en waardoor de vogels dezelfde lentestoornissen vertoonden waren multi-interpretabel. Immers ook het omliggende hersenweefsel kon hiervoor verantwoordelijk zijn.
structuurformules ecdyson

Nieuwe technieken maken aan alle onzekerheid een einde aldus dr. Goolboi van de universiteit van Hove (Brighton, Engeland). Hij schakelde het DNA uit dat verantwoordelijk is voor de aanleg van de amygdalus. De proeven waren uitzonderlijk moeilijk volgens Goolboi. Van de 53 vogels die zonder amygdalus werden geboren kwamen er slechts zes door de eerste vijf maanden heen. Deze zes vogels echter, allen van de soort Epupa epops (Hop), bleken absoluut geen voortplantingsgedrag te vertonen, hetgeen volgens de biologen uit Hove, Brighton, betekent dat de amygdalus wel degelijk verantwoordelijk is voor de produktie van "lentehormoon". Het voortplantingsgedrag ontstaat pas als de amygdalus het kleine beetje extra licht (dat door het lengen van de dagen in de lente ontstaat) omzet in het amygdale hormoon.

Leidse biologen echter die de beschikking kregen over twee van de zes vogels hebben de noodzakelijke contrôle-proeven herhaald. Het bleek dat beide vogels met het zwarte, dunleren kapje op, wel voortplantingsgedrag vertoonden. In antwoord op de vraag van vakgenoten hoe dat nu zit antwoordden zij: niets menselijks is vogels vreemd. Ook de mens beschikt over een pijnappelklier en kennelijk andere zoogdieren ook.

abnormale bouw van de amygdalus en/of geslachtsorganen De medisch bioloog dr. Adu Twist van het bedrijf Manugen te Dieren (Nl.) onderzocht de pijnappelklieren van chimpansees en kwam tot de slotsom dat deze niet afweken van de pijnappelklieren van de mens. Aangezien experimenten met menselijke proefpersonen bij de Nederlandse wet verboden zijn experimenteerde Twist met chimpansees. De morfologie (bouw) van de chimpansee-pijnappelklier komt vrij sterk overeen met die van de mens aldus Twist. Desondanks is het lastig om de resultaten van de proeven met de pijnappelklieren van chimpansees te extrapoleren naar de mens. Wat waren de resultaten dan met de chimps? Dr. Adu Twist antwoordde dat de chimpansees die normaliter copuleerden in het licht nu met het gemanipuleerde gen voor de aanmaak van de pijnappelklier, geen paargedrag meer in daglichtomstandigheden vertoonden.
Sterker nog : Elke vorm van copulatie werd door de vrouwelijke chimpansees afgewezen. Onderzoek wees uit dat de vagina van de vrouwelijke chimpansees de noodzakelijke feromonen niet meer produceerden. Daarentegen vertoonden de gemanipuleerde beesten wel een vorm van pseudohermafroditisme, een al langer bekende afwijking als gevolg van abnormale bouw van de amygdalus en/of geslachtsorganen (zie afbeelding).


Als dit alles voor de mens ook opgaat aldus dr. Adu Twist, dan zou dit kunnen betekenen dat in de toekomst gestoord voortplantingsgedrag bij de mens genezen kan worden door de genen die verantwoordelijk zijn voor de pijnappelklier uit het genoom van de persoon in kwestie te verwijderen. Op de vraag wat dan onder gestoord voortplantingsgedrag moest worden volstaan kon de heer Twist geen antwoord geven. Ik ben geen ethicus zei hij.
amygdalus

De Nederlandse samenleving moet hierop een antwoord geven. Als mannelijke chimpansees vrouwtjes bestijgen die daar geen zin in hebben kunnen wij dit gedrag dan als onmenselijk duiden? De gedragswetenschappen en de ethicus zullen hier samen een antwoord op moeten geven.
Perrus Dif, for "Human and Tuck", Yorkshire Bosh. Wales.
(vertaald in het Nederlands door Z. Nino)

ele
19-03-2014, 21:45
http://www.bionieuws.nl/artikel.php?id=6416&print=1

Moeders hormonale erfenis

Zoogdieren en vogels erven veel meer eigenschappen dan de genetica kan verklaren. Ook hormonen spelen een belangrijke rol; ze hebben een veel grotere evolutionaire invloed dan gedacht.

Door Arno 't Hoog
© bionieuws

Watervlooien die geurstoffen van predatoren waarnemen krijgen kroost met een extra defensieve stekel op de kop. Luizen produceren onder invloed van lieveheersbeestjesgeurtjes meer gevleugelde nakomelingen, zodat die er makkelijk vandoor kunnen. Soms geven ouderorganismen overduidelijk een omgevingservaring door aan hun nageslacht.

Het zijn sprekende voorbeelden van epigenetische overerving. Ouderdieren geven als het ware een signaal mee over de status van de omgeving, dat de fitness van hun nageslacht positief beďnvloedt. In fraai Engels hebben we het over adaptive maternal effects, of predictive maternal programming.

Ook bij zoogdieren en vogels zijn allerlei effecten bekend van stresshormonen en ondervoeding op de nakomelingen, maar die werden tot nog toe gewoon geďnterpreteerd als onbedoelde, schadelijke bijwerkingen. Een lager geboortegewicht en hogere stressgevoeligheid zijn ook niet echt voor de hand liggende tekenen van adaptatie of een evolutionair voordeel.

De Groningse hoogleraar gedragsbiologie Ton Groothuis ziet dat anders. Volgens hem zouden die observaties bij vogels en zoogdieren evengoed een signaal kunnen zijn van adaptive programming. ‘Met name in het zoogdieronderzoek leefde lang het idee dat hormonen vooral schadelijk zijn voor het embryo. De moeder staat onder stress, het stresshormoon schiet omhoog, en eigenlijk zou het moederdier moeten voorkomen dat de hormonen het embryo bereiken.’

Groothuis doet ruim tien jaar onderzoek aan de invloed van hormonen op de ontwikkeling van het vogelbrein en gedrag. ‘Vogels hebben twee grote voordelen’, zegt hij. ‘De embryo’s ontwikkelen zich buiten het moederlichaam en zijn dus goed toegankelijk voor onderzoek. Bovendien kun je ze in hun ecologische context bestuderen. Belangrijkste vraag: hebben hormonen van de moeder een functie in de ontwikkeling van nageslacht? Want als het alleen zeer nadelige gevolgen zou hebben, dan was het wel weg geselecteerd.’

Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw werd tot veler verrassing ontdekt dat vogeleieren flink wat hormonen van de moeder bevatten, zoals het stresshormoon corticosterol en het geslachtshormoon testosteron. Groothuis: ‘Dat inzicht heeft het onderzoek op een ander spoor gezet, want misschien is het wel zo dat die hormonen in het ei een belangrijke invloed hebben op de ontwikkeling van de kuikens. Die stoffen zijn namelijk al aanwezig ruim voordat het embryo zelf hormonen gaat produceren. We weten dat die hormonen uitgesproken effecten kunnen hebben, we kennen alleen de exacte mechanismen nog niet’, zegt Groothuis. ‘Het is wel duidelijk dat ze zowel de hormoonproductie in de nakomelingen beďnvloeden, als de dichtheid van androgeenreceptoren in de hersenen. En daarvan weten we dat ze betrokken zijn bij zeer uiteenlopend gedrag.’

Verschillen in testosteronniveaus beďnvloeden onder meer de groeisnelheid in het ei. Ook hebben ze invloed op de mate van agressie en de intensiteit van bedelgedrag van jongen, die invloed hebben op competitie tussen de jongen. Onderzoek van Groothuis’ groep waarbij fysiologische doses testosteron in de eieren van wilde kokmeeuwen worden geďnjecteerd heeft dat soort effecten ook in de vrije natuur aangetoond.

Hormoonspiegels
De moedervogels kunnen hormoonspiegels in het ei onder allerlei omgevingsinvloeden laten variëren. Groothuis: ‘In een competitieve omgeving stopt ze er meer testosteron in, wat leidt tot kuikens die competitiever zijn. Ook de voedselsituatie en zelfs de kwaliteit van de partner zijn van invloed.’

Ook krijgt het laatste ei van een legsel meer testosteron mee dan het eerste ei. De moedervogel gaat namelijk broeden voordat de laatste eieren gelegd zijn. De eerste eieren komen dus veel eerder uit dan het laatste. Groothuis: ‘Een van de hypotheses is dat de moeder die spreiding compenseert door telkens meer testosteron in het ei te stoppen. De latere kuikens komen dan iets sneller uit, ze groeien wat harder en zijn ook competitiever. Zo wordt de achterstand in ontwikkeltijd ten opzichte van oudere nestgenoten een beetje rechtgetrokken.’

Groothuis probeert fysiologische mechanismen en evolutionaire verklaringen te integreren, dus zijn volgende vraag was hoe de moeder dat precies doet. Duidelijk is dat het wild laten fluctueren van hormoonspiegels ongezonde bijeffecten voor het moederdier kan hebben. In sommige eieren zitten testosteronniveaus die net zo hoog zijn als bij een haan omringd door broedse kippen. Het moederdier blijkt de hormoonniveaus in de dooier echter gericht te kunnen verhogen via productie in het ovariumweefsel, zonder dat dit de bloedbaan beďnvloedt, zegt Groothuis.

‘Het is dus niet zo dat de hormoonniveaus in het ei een afspiegeling zijn van die in het bloed van de moeder. Hoe is nog niet duidelijk, maar mogelijk spelen hier bepaalde transport- en bindingseiwitten een rol.’

Een andere aanwijzing voor adaptatie en dat natuurlijke selectie aan het werk kan zijn, is het bestaan van genetische variatie voor het vermogen om hormoonspiegels in eieren te beďnvloeden. Het bleek mogelijk kwartellijnen te fokken met hoge en lage hormoonspiegels in de eieren. ‘Tegelijkertijd zagen we dat die verschillen geen invloed hadden op de hormoonniveaus bij de ouderdieren. Dat suggereert ook dat dit een onafhankelijk mechanisme is, en een product van natuurlijke selectie.’

Het verhogen van hormoonniveaus is niet altijd voordelig, zegt Groothuis. Zo worden bij hoge spiegels het immuunsysteem onderdrukt en het metabolisme aangejaagd: het kost dus extra energie. ‘Dat is interessant, want het verklaart waarom niet alle eieren hoge testosteronspiegels hebben. Het heeft te maken met kosten en baten. Een ouderdier stopt alleen extra hormoon in een ei als het gunstig is. Bij een goede partner – die kwaliteit kun je meten – stopt ze er meer hormoon in dan bij een slechte partner. Ze krijgt zo fitter nageslacht dat later competitiever is. De nakomelingen van een goede partner zijn waarschijnlijk beter bestand tegen de nadelige effecten van hoge testosteronniveaus, dan die van een slechte partner.’

Adaptatie
Eigenlijk wil een bioloog het ultieme bewijs voor adaptatie aanvoeren, zegt Groothuis, en dat is het effect op reproductie en survival. ‘Dan pas heb je inzicht in het effect op natuurlijke selectie. Dat is een probleem, want het gaat over kleine effecten over vele generaties. En een bijkomend probleem is dat het eigenlijk alleen in het veld goed te meten is. Daar heb je zeer lang lopend onderzoek voor nodig en daarvoor is op dit moment moeilijk financiering te vinden.’

In het onderzoek aan maternale effecten bij zoogdieren wordt vooral gekeken naar stress. Groothuis denkt dat ook de reactie op stresshormonen adaptief kan zijn. Maar wellicht wordt er niet altijd goed gelet op de omstandigheden waaronder ouders en nageslacht worden onderzocht.

Hij illustreert het aan de hand van heat stress bij kippen. Hennen die eieren leggen terwijl ze stress ervaren door een hoge omgevingstemperatuur, krijgen kuikens met hogere stress-hormoonniveaus, die het minder goed doen dan controledieren. Althans: als ze onderzocht worden bij normale temperaturen. Worden de kuikens bij dezelfde hoge temperaturen grootgebracht, dan zijn de stresshormoonspiegels een stuk lager. ‘Het effect bij de kuikens hangt dus af van een match met de omstandigheden waar de moeder haar nageslacht op voorbereidt.’

Volgens Groothuis is het optreden van een mismatch ook door te trekken naar de mens. ‘Het klassieke voorbeeld zijn hongerwinterbaby’s, die meer last krijgen van allerlei aandoeningen als obesitas, hart- en vaatziekten en neurologische aandoeningen. Die kinderen zijn prenataal voorbereid op weinig voedsel, maar kregen uiteindelijk te maken met een overvloed.

De belangrijkste boodschap is dat je geen algemene uitspraken kunt doen, vindt Groothuis. Je moet altijd de context van de ouders vergelijken met de context van de kinderen. ‘Het betekent in ieder geval dat de allocatie van maternale hormonen veel gerichter en functioneler is dan we dachten.’


Kader: Luis en plant helpen nageslacht
Adaptive maternal effects zijn het makkelijkst waar te nemen in soorten die fenotypisch duidelijk verschillende nakomelingen kunnen produceren. De bladluis Aphis gossypii is met z’n vier soorten kroost (normale lichtgroene en donkergroene luizen zonder vleugels, gele dwergluizen en gevleugelde luizen) makkelijk te onderzoeken. In aanwezigheid van geursporen van lieveheersbeestjes krijgen de gewone luizen drie keer zoveel gevleugelde nakomelingen dan op ‘schone’ planten, wat de luizen de mogelijkheid geeft op zoek te gaan naar predatorvrije planten.

Sommige planten bereiden hun nageslacht voor op de lichtsterkte in het milieu. Het Amerikaans klokje (Campanulastrum americanum) kan zowel in open plekken in het bos als in de schaduw van bomen groeien. In het eerste geval is het een eenjarige plant, in het tweede een tweejarige, die pas het volgende jaar bloeit. Onderzoek aan deze plantensoort laat zien dat zaden die door maternal effects zijn voorbereid op de lichtintensiteit van de omgeving waar ze kiemen een veel hogere fitness hebben.

Groothuis, T.G.G. et al (2005) Maternal hormones as a tool to adjust offspring phenotype in avian species. Neuroscience and Biobehavioural Reviews 29: 329-352.

Henriksen, R. et al (2011) Prenatal stress in birds:
pathways, effects, function and perspectives. Neuro-science and Biobehavioural Reviews 38: 1484-1501.

gijsie
19-03-2014, 21:52
so wat een lap tekst zal het een andere keer op mijn gemak doorlezen.

ele
19-03-2014, 21:58
http://webcache.googleusercontent.com/search?q=cache:0hGa4uGyWt8J:dissertations.ub.rug.n l/FILES/faculties/science/2009/v.c.goerlich/Ned.samenvatting.pdf+&cd=24&hl=nl&ct=clnk&gl=nl


Onder natuurlijke omstandigheden blijken duiven de primaire geslachtsverhouding van hun nakomelingen inderdaad te beďnvloeden;vroeg in het broedseizoen produceren zij in hun eerste ei vooral mannelijke nakomelingen, terwijl later in het seizoen de verhouding tussen de geslachten in de richting van dochters verschuift (hoofdstuk 2). Het tweede ei van een legsel vertoont echter geen variatie in geslachtsverhouding. Dit patroon is aangetoond in zowel houtduiven (Columba palumbus) als in rotsduiven (Columba livia, de wilde voorouder van de postduif). Uit onderzoek aan de torenvalk (Falco tinnunculus) blijkt dat vroeg in het seizoen geboren zonen een voordeel hebben omdat hun kans op voorplanting in het volgend jaar dan groter is, terwijl geboortedatum geen invloed heeft op de reproductiekansen van dochters. Dit patroon lijkt ook voor duiven op te gaan (ongepubliceerde data uit dit onderzoek) en kan dus de verschuiving in de geslachtsverhouding over het jaar functioneel verklaren
Misschien dat dit ook opgaat voor veel andere door ons gehouden vogels?

ele
19-03-2014, 22:18
so wat een lap tekst zal het een andere keer op mijn gemak doorlezen.

Je kan ook de link even opslaan op je computer;)
Misschien dat Alfons of iemand anders er iets mee kan.

Van den Broeck Alfons
20-03-2014, 18:54
Uiteraard kan ik daarmee iets. Altijd nuttig om dergelijke artikelen te lezen en waarvoor dank.

Men heeft de geslachtsbeďnvloeding door de pop ook al uitvoerig getest bij zebravinken.