PDA

Bekijk Volledige Versie : lange bevedering bij engelse grasparkieten



Ben86
20-11-2006, 12:45
hoe hou je de lange bevedering bij grasparkieten onder controle? want ik zie wel grote grasparkieten maar vind die bevedering wel erg lang worden.

bij kanarie's is het door de intensief goed gebruiken en je krijgt weer kortere bevedering.

alvast bedankt.
mvg Ben

Ben86
20-11-2006, 23:49
iemand een antwoord???
het blijft wel erg stil:(

Harrie van der Linden
21-11-2006, 01:04
De termen 'yellow' en 'buff' hebben de meeste grasparkietkwekers stellig al wel eens opgevangen. Voor wie de termen wel gehoord heeft, maar niet weet wat ermee wordt bedoeld: 'yellow' en 'buff' zeggen iets over het veertype van de grasparkiet zoals de lengte en breedte van de veer en de uitwendige structuur.

Het yellow-veertype
De yellow bevedering moet beschouwd worden als de oorspronkelijke bevedering van de wildvorm grasparkiet. Gedurende het domesticatieproces van de grasparkiet is echter een zekere variatie in het oorspronkelijke yellow veertype ontstaan als gevolg van verschillen in erfelijke aanleggen en selectie door de fokkers. Tussen yellow en yellow bestaat dan ook vaak nog een groot verschil. Ook de verschillen in de groeirichting van de yellowbevedering is zeer groot, wat losstaat van het veertype.

De yellow-veer is een smalle, gladde veer met een fijne structuur, de baardjes en haakjes die de baarden bijeen houden, vertakken zich tot in de baardtoppen en zorgen voor een stevige dichte vlag. Kenmerkend voor het yellow-veertype is verder, de geringe hoeveelheid dons aan de basis van de veer. Vogels met het yellowveertype hebben een strakke, goed gesloten bevedering waarin de kleurstoffen tot in de uiterste baardtoppen zijn doorgedrongen en tonen, mits verder in goede conditie, een optimale lichaamskleur. Ook de ondulatietekening komt bij het yellowveertype het mooiste tot gelding. Andere pluspunten van grasparkieten met dit type bevedering zijn de vrijwel altijd goede lichaamshouding - een belangrijk showelement - en het feit dat ze sneller in conditie te brengen zijn en ook langer als fokvogel meekunnen dan grasparkieten die een ander, grover veertype bezitten.
Het grootste minpunt van de yellow-grasparkiet is de iele lichaamsbouw waardoor hij als postuurvogel niet mee kan.

Het buff-veertype
Tegenover het yellow-veertype staat het buff-veertype. De buff-veer is een lange, brede veer met een grove structuur en veel dons aan de veerbasis. De baarden van de buff-veer zijn beduidend langer dan van de yellow-veer, staan verder uit elkaar, hebben een grotere diameter en aan de baardtoppen ontbreken de baardjes en de haakjes. Evenals bij het yellow-veertype bestaat er ook tussen buff en buff een opmerkelijke variatie. Men onderscheidt normaal langbevederde vogels met tamelijk smalle veren en weinig dons en grofbevederde vogels met lange veren en een dichte massa dons aan de veerbasis. Ook zijn er buff-vogels die de juiste veergroeirichting missen, ze hebben diepe, maar geen mooie maskers en onvoldoende kopbreedte. Deze vogels ogen smal, vooral wat betreft de kop.

Buff-vogels lijken gewoonlijk groter, maar vooral beduidend breder van lichaamsbouw dan vogels met het yellow veertype. Dit komt door de grovere bevedering in combinatie met grote hoeveelheden onderdons aan de veerbasis. Neemt men een buff-vogel in de hand, dan voelt hij meestal los aan terwijl het lichaamsgewicht vaak veel minder is dan zijn postuur doet vermoeden.

Een ander pluspunt van de buffvogel is dat hij sneller groeit dan zijn yellow tegenhanger. Op een leeftijd van 5-6 maanden kan de buff qua grootte al aardig mee, terwijl de yellow nog lang niet op formaat is.

Naast de onmiskenbare voordelen, heeft het buff-veertype ook nadelen.
Qua kleur zal de buff-vogel het steeds afleggen tegen de yellow. Zware buff-vogels hebben gewoonlijk 11 handpennen, die stuk voor stuk langer en smaller zijn dan van de yellowvogels. Het gevolg is dat buffvogels meestal een minder goede vleugeldracht tonen. Ook de lichaamshouding van de buff kan meestal niet tippen aan die van de yellow.

Een zeer groot minpunt van de buff-vogel is de verminderde levensvatbaarheid. Buff-vogels zijn moeilijk in broedconditie te krijgen, vooral de poppen. Als het al lukt gaan ze vaak niet meer dan één, hooguit twee broedseizoenen mee. Bij de mannen ligt het wat gunstiger. Vast staat echter wel dat uit buff-factorige vogels onderling gepaard over het algemeen minder jongen geboren worden dan uit yellow-vogels.
Ook het in tentoonstellingsconditie brengen van buffvogels is een hele toer en, indien het lukt, gewoonlijk van korte duur.

De buff-factor zetelt op een autosomaal chromosoom en vererft, zover thans bekend, onafhankelijk van alle andere bekende mutaties bij de grasparkiet. De kenmerkontwikkeling van de F1-individuen uit de paring buff x yellow of omgekeerd yellow x buff is intermediair. Anders gezegd: het verkregen veertype uit deze paring is noch dat van de een, noch dat van de de ander van de ouders, doch staat tussen beide uitgangsveervormen in; dit veertype wordt medium genoemd.

Het medium-veertype
Het mediumveertype houdt het midden tussen yellow en buff. De mediumveer bezit de veerbreedte en hoeveelheid dons van de buffveer en de fijne structuur en de dichte verhaking van de yellowveer en daarmee de goede eigenschappen van zowel de yellow-als de buffbevedering.
Het medium veertype geldt in zijn algemeenheid als de meest ideale bevedering voor tentoonsstellingsgrasparkieten. Dat is de theorie en tevens de praktijk. Maar ook op deze algemene regel zijn uitzonderingen. Om te beginnen kent ook het medium-veertype een grote variatiebreedte, vooral wat betreft de veerlengte.
Middelbevederde vogels die van grofbevederde opalines afstammen bijvoorbeeld, veroorzaken veelal dezelfde problemen als de echte buffvogels. Ze hebben weliswaar veren van het mediumtype, die tot in de toppen zijn verhaakt en waarbij ook de kleurstoffen tot in de uiterste baardpuntjes zijn doorgedrongen, maar zijn voor medium te lang. Grasparkieten met een dergelijke bevedering hebben vaak een uitstekende lichaamsbouw, maar ogen meestal slordig. Het masker oogt rommelig, de spots hangen er a.h.w. aan, de lichaamsveren liggen niet glad, ze draaien zich soms om rond de borst en hals en staan dan alle kanten uit; het is duidelijk dat ook de kleur hierdoor in negatieve zin wordt beďnvloed.

Cinnamons hebben vaak heel andere veren, gewoonlijk zijn ze fijn, maar feit is ook dat uit zichtbaar fijnbevederde ouderdieren op grond van hun genetische constellatie grofbevederde nakomelingen kunnen komen.
Het is dus beslist niet zo, dat uit de paring buff x yellow of omgekeerd steeds medium bevederde grasparkieten voortkomen. Inderdaad u heeft gelijk: op grond van de Mendelwetten zou dit wel zo moeten zijn, maar u vergeet dat er sinds het buff-type is ontstaan met deze mutatie maar wat is aangerommeld. De buffvogels werden verpaard aan vogels van het yellow-type, die op grond van kleine verschillen in erfelijke aanleggen en selectie door de fokker gedurende het meer dan honderdjarige domesticatieproces alreeds niet raszuiver waren voor het oorspronkelijke wildvorm-yellow-type. Buitendien worden het yellowveertype noch het buffveertype niet uitsluitend bepaald door één paar erfelijke factoren, maar door een hele reeks erfelijke factoren, die op de een of andere wijze hun invloed doen gelden op de uiteindelijke verschijningsvorm van de veer. De regels van Mendel kloppen dus wel, alleen treden ze in deze gevallen door de ondoorzichtelijke vervlochtenheid van de betrokken erffactoren niet duidelijk naar buiten.

Als fokker kunnen we aan de buitenkant dus ook niet zien, wat voor veertype men uit een bepaalde paring kan verwachten. Het is een zaak van kennis van de eigen vogels, waar ze vanaf stammen en wat er uitkomt. Het lukraak aankopen van een topvogel waarvan men in feite niets weet, is alleen al om die reden af te raden. Zeker, een enkele keer heeft men geluk en fokt men daaruit een echte topper, veel vaker echter komt men slechts tot middelmatige resultaten doordat de erfelijke aanleggen van de verschillende veertypen niet met elkaar stroken.

Het fokken van grasparkieten met de juiste bevedering is een lange weg en het best begaanbaar via lijnenteelt. Alleen op deze wijze zijn de uitkomsten controleerbaar en is men beter in staat juist dát bevederingstype in de vogels te brengen, wat men voor ogen heeft.

Het partial-yellow-veertype
Met partial-yellow (= gedeeltelijk yellow) bedoel ik het veertype van de doorsnee tentoonstellingsvogel. Het is yellow noch medium, maar een veertype daartussen in, zoiets van 75% yellow en 25% buff. Het gaat natuurlijk niet om een procent meer of minder, maar om zo duidelijk mogelijk aan te geven waar u dit veertype moet plaatsen.
Partial-yellow vogels doen gewoonlijk wat forser aan dan vogels met een yellowbevedering, maar leggen het qua formaat af tegen vogels van het ideale mediumveertype. Verder zijn op de partial-yellow alle goede eigenschappen van de yellow van toepassing. Poppen van het partial-yellow-veertype die uit de kruising partial-yellow x buff of omgekeerd stammen, zijn dikwijls waardevol voor de fok van het mediumveertype. Dit kan men vaststellen door de bewuste pop terug te paren aan een buff man. Uit een dergelijke kruising ontstaan verschillende veertypes waaronder het mediumveertype alsook een veertype dat tussen medium en buff inzit en dat ik hierna partial-buff zal noemen.

Het partial-buff-veertype
Dit veertype houdt het midden tussen medium en buff en zou als de tegenhanger van de partial-yellow gezien kunnen worden. Dit veertype is voor 75% buff. Vogels met dit veertype kunnen uitstekende postuurvogels zijn met vooral een goed formaat, vaak 24 cm of meer. Qua type zijn ze echter duidelijk de mindere van medium bevederde grasparkieten, dit is zeer zeker het geval als de lichaamslengte wat minder is. Ook de kleur, het showelement en de conditie van de partial-buff laten vaak te wensen over. Niettemin ken ik verschillende fokkers die met vogels van dit veertype de top bereikt hebben. Voor alle duidelijkheid: partial-buff-vogels zijn dikwijls zeer goede vogels met veel goede eigenschappen, grasparkieten om te hebben, maar in mijn visie slechts in weinig gevallen echte showvogels.
Harrie

Ben86
21-11-2006, 12:13
oke harrie dit snap ik ongeveer denk ik.

nu naar de praktijk. even wat fotovoorbeelden. (van vogelmarktplaats gepakt hoop niet dat de eigennaren het erg vinden:o )


http://www.vogelmarktplaats.nl/foto/32924_394.jpg
hier vind ik dat de vogel te ruig is.


http://www.vogelmarktplaats.nl/foto/27301_780.jpg
deze vind ik dat je juist die mooie strakke kop die de wildkleur (kleine grasparkiet) wel heeft is helemaal weggekweekt.


http://www.vogelmarktplaats.nl/foto/25806_970.jpg
foto 3 die linkse vind ik die bevedering op de kop zo breed.(hetzelfde als bij foto2) die rechtse is wat ik wel mooi vind maar dat is dan weer geen tentoonstellingsvogel ofwel??

mijn mening is gewoon dat de brede grasparkieten die nu tentoonstellingsvogels zijn niet zo mooi zijn als de wildkleur vorm.
wat is uw mening over deze vogels en welke is nou de tentoonstelling vogel??
ik hoor het graag.
alvast bedankt
mvg Ben

Harrie van der Linden
21-11-2006, 12:48
Zover dat van een foto te beoordelen is, zijn ze allemaal - de een wat minder dan de ander - van het medium bevederingstype.
De vogel op foto 1, zit veel te diep op stok en is inderdaad te slordig, zal het zo op de tt niet ver brengen.
De meest linkse op foto 2 spreekt mij wel aan. Goede stokstand, vrij goede kopvorm, masker is voldoende breed en diep, moet natuurlijk wel geconditioneerd worden. De rechtse is door zijn gedrongen houding zo niet te beoordelen. Is wel van het medium veertype. Die grijsgroene in het midden heeft een matige stokstand (heeft te weinig boven de stok), kopvorm lijkt vrij goed, maar zoals gezegd dat is vanaf een foto moeilijk vast te stellen.
Die grijsgroene cinnamon pop is goed van bouw en kopvorm, maskerdiepte. Masker conditioneren! Deze vogel zit met zijn linker achterteen op de stok. Dat kan natuurlijk toeval zijn en dan is er natuurlijk niets aan de hand, maar als deze vogel dat ook in de tt kooi doet is ze weg, ondanks de verder goede kwaliteiten die ze toont (als ze dat altijd doet is dat een blijvend gebrek en krijgt ze een streep).
Die groene rechts heeft wel een goede lengte, maar oogt wat smal. De kopvorm is vanaf de foto niet te beoordelen. Bevederingtype is prima.
Harrie

Ben86
21-11-2006, 13:52
ja ik snap dat het moeilijk te beoordelen is.
het gaat me om de vorm van de vogels. welke vorm wordt gevraagd voor de tentoonstelling?

voor zover al bedankt harrie:)
mvg Ben

Budgie
21-11-2006, 17:58
Je zegt zelf al: "mijn mening is gewoon dat de brede grasparkieten die nu tentoonstellingsvogels zijn niet zo mooi zijn als de wildkleur vorm."

Heel veel mensen zijn het inmiddels met je eens dat de slanke wild VORM en de wild KLEUREN/TEKENING van de originele Budgerigars het mooiste zijn. De standaard grasparkiet nu is zowat 24 cm. en ca. 55 gr. De wildvorm is 19 cm en 29 gr. De kleine vorm wordt volgend jaar niet voor niets weer op tentoonstellingen gevraagd.
www.bush-budgies.net
Budgie-fanaat.

Ben86
21-11-2006, 18:44
ja nou ja ik weet niet welke precies gevraagd wordt daarom ga ik binnekort nog grotere shows bezoeken maar ik vind de grasparkiet die ik gezien heb van nu op de tentoonstelling al gauw een uit de hand gelope door gefokte vogel en als het zo door gaat het een vogel word dat niet meer kan vliegen, hun jongen kan groot brengen, etc etc. dit is mijn mening....
http://www.overdieren.nl/Albums/Grasparkiet/images/rd5_tif.jpg
deze vogel zie ik veel liever maakt niet uit of die nou 19 of 24 cm is maar gewoon dit soort.
mvg Ben

louis polane
21-11-2006, 20:09
De huidige tt grasparkieten zijn voor de ene het sumbem voor de andere de kleine grasparkiet. Gelukkig valt over smaak niet te twisten, en ieder zijn hobby. Maar we vergeten bij de huidige standaardgrasparkiet vaak een ding, en dat is dat de vogels uiterlijk wel groter zijn geworden, maar de inwendige organen, zoals hart, longen, nieren endg. zijn niet mee gegroeid. Ik denk ook dat dit de oorzaak is dat die grote grasparkieten, daarom ook nooit zo oud worden. Ik heb zelf familieleden, die zo'n kleine grasparkiet 18 jaar hebben gehad. Misschien wel wat extreem, maar het kan gewoon. Dit zullen de grote nooit halen.

Eigenlijk zijn we met de standaardgrasparkiet te ver door gegaan. Nu zitten er vogels in de tt kooi waar de veren voor de ogen groeien, dit is de absolute top. Niet dat ik tegen dit soort kweekproducten ben, maar de dierenactivisten zijn dit wel. En dat is bij de grote grasparkieten mijn grootste zorg. Daarom vind ik het een zeer goede zaak dat we die kleintjes weer gaan vragen.
Ik vind het alleen erg jammer dat er nog geen advies gegeven wordt, op welk briefje ze officieel gekeurd gaan worden.

Harrie van der Linden
21-11-2006, 23:12
Aan Louis en al die anderen die de kleurparkiet terug op de shows terug willen zien

Ik heb er al eens een balletje over opgeworpen met inbegrip van een keurlijst en wat keurtechnische aanwijzingen, als een soort praatpapier. Maar het zou ook anders kunnen. Plak naast het kooinummer voor de kleurparkieten een lijstje op de kooi met de volgende indeling:
o uitmuntend
o zeer goed
o goed
o voldoende
o matig
o slecht
Bolletje aankruisen en klaar is kees! Het is meteen een goede oefening voor het keuren van vogels op grote wedstrijden, zoals ik denk, dat het vanwege de verminderde keurmeesters aantallen, in de toekomst toch gaat worden.
Waarom nu eerst weer zo'n overloos geneuzel van ja, maar dit en ja, maar zo en wat doen we dan als zus of zo en meer van die onvolwassen kreten.
Voor de kleurindicatie hebben we een standaard, voor houding en conditie ook, keelstippen moeten natuurlijk volledig zijn, voor de vorm en de grootte dient de wildvorm, waarvan een goede beschrijving is.
Maar als we ons er nu allemaal iets van aantrekken, wat die kleine groep tegenstanders van de kleurgrasparkiet vindt en de argumenten die ze aandragen, dan komt er nooit iets van terecht.
Niet lullen maar breien, dat is wat ik denk dat er gedaan moet worden.
Harrie

Ben86
21-11-2006, 23:45
ja ik vind het jammer van de grasparkiet. mijn voorkeur gaat tenminste uit naar vogels die strakker zijn. het is volgens mij mooier om een groter lichaam te kweken met een strakke bevedering maja wie ben ik. bij andere parkiet soorten kan het ook.

ja inderdaad Harrie. we zijn met teveel mensen die allemaal een eigen mening erop na laten. daardoor kun je gewoon niet rekening met iedereen houden. ik zie het als een grote aanwinst weer gewoon die standaard strakke grasparkiet erbij. zo kan ieder kiezen wat hij wil de grotere grasparkiet zoals we die nu kennen of de kleine budgie.

wens degene die gaat breien heel veel succes
mvg Ben

Harrie van der Linden
22-11-2006, 10:58
Ben 86,
Die D-groene (donkergroene) die je daar op de foto laat zien is geen goed wildvormtype. Dus als je met kleurvogels wilt beginnen, moet je wel zorgen dat het wildvormtype juist is. Dit is typische winkelparkietje waar bovendien nog sporen van de standaardvogels in zit, al is er van dit laatste niet veel meer overgebleven. In onze pleidooien voor de kleurgrasparkiet moeten we uitgaan van het wildvormtype.
Harrie

Ben86
22-11-2006, 11:48
kijk niet zo kritisch haha;) je haalt dinge erbij waar ik nog geen eens verstand van heb:p

ik bedoel alleen vergelijk die kop van de laatste foto met een kop zoals die van de grootste en breedtste vogel daarboven aan. foto 2 van boven bijvoorbeeld. alle 3 de vogels zijn heel erg mooi. maar kunnen ze nog wel goed zien? ik ben kanarie's gewend maar daar is een regel "wenkbrauwen" als de vogel iets laat zien van dit verschijnsel word de vogel daarop bestraft. dus alle kleurkanarie's worden daarop geselecteerd met broeden. maar bij parkieten is dit dus niet een regel zoals ik begrijp???


mvg Ben