PDA

Bekijk Volledige Versie : De mythe van de E-factor (enzymfactor)



Harrie van der Linden
30-10-2006, 23:10
De meest voorkomende kleurstoffen bij de vogels zijn de melaninen. Melanine is een polymere stof van onbekende structuur, van staafvormige, lensachtige of ronde vorm, die in de bevedering wordt gevormd. Bij melaninen spreken we doorgaans van korrels, maar in werkelijkheid zijn het uiterst kleine in hun omgrenzing veranderlijke pigmentcellen waarin een bepaalde kleur melanine kan worden afgezet. De in de bevedering van de kanarie voorkomende melaninen zijn het staafvormige eumelanine en het bolvormige phaeomelanine.
Beide melaninen ontstaan uit het aminozuur tyrosine. Hoewel de omzetting van tyrosine in melanine een aantal trappen omvat, is slechts één enzym, tyrosinase, verantwoordelijk. Deze zogeheten enzymwerking wordt in de kanariewereld nog steeds aangeduid met het symbool E, afgeleid van enzymfactor. Een kanarie met de formule E+/E is echter een bonte waaruit blijkt dat toen de E-factor werd bedacht, men van mening was dat op het E locus het gen zetelde dat verantwoordelijk was voor de pigmentvorming. Dit nu is niet juist. Bontvorming heeft niets van doen met de enzymatische processen die resulteren in de vorming van pigment. Het is zelfs zo, dat in een bonte kanarie, alle enzymen die nodig zijn om het pigment tot stand te brengen wel degelijk aanwezig zijn. Bontfactoren en zeker de bontfactoren met dominante kenmerkvorming verstoren of beletten de migratie van de melanoblasten, de voorlopers van de pigmentcellen, of veroorzaken een negatief leefmilieu in bepaalde huidgebieden waardoor de pigmentcellen afsterven wat direct bontvorming tot gevolg heeft.
Zoals bij vrijwel alle erffactoren met dominante kenmerkvorming, laten de tweefactorige mutanten, ergo de E/E kanaries het meest duidelijk zien, wat het dominante allel veroorzaakt: pigmentcellen die niet op hun bestemming aankomen of vroegtijdig afsterven waardoor de vogel geen enkel pigment laat zien en alleen nog vetstofkleur toont.
Het volledig ongepigmenteerd zijn wordt in dit geval dus niet veroorzaakt door het ontbreken van het enzym tyrosinase waardoor de pigmentsyntheses niet op gang kunnen komen, maar door het geheel ontbreken (DF individuen) of gedeeltelijk (EF individuen) ontbreken van pigmentcellen in de veerfollikels. Wanneer de pigmentcellen in bepaalde delen van de huid ontbreken waardoor door toedoen van de in dit geval dominante bontfactor er geen pigment in de veren kan worden afgezet, wordt er dus geen pigment gevormd. Hieruit volgt dat deze mutatie geen gevolg is van een enzym defect, maar dat deze mutant door een geheel andere defect veroorzaakt wordt.
De enzymfactor bij de kanarie is dus in werkelijkheid een dominante bontfactor. Het wordt tijd dat men in het kanariewereldje het begrip “enzymwerking” laat varen en voor deze mutatie een ander lettersymbool bedenkt.
Harrie

Alex Bos
31-10-2006, 17:27
Harrie,

Vraagje:

Hoe kan het dat uit twee niet bonte kanaries dan bonte kanaries geboren worden?

Groeten

Alex

Antoni Hopmann
31-10-2006, 17:52
Beste Harrie!
Ik krijg het gevoel,dat je een beetje uitgekeken bent op de parkieten.
Nu ga je dus alle theorieen, die je bij elkaar hebt gegrabbeld uit diverse bladen,hier spuien.
Het lijkt mij toch het beste,dat je je vragen en meningen plaatst bij de
Technische Commissie van het "kanariewereldje".

Harrie van der Linden
31-10-2006, 19:55
Hallo Alex,
In enkele van mijn vorige bijdragen heb ik al geschreven dat onvolledig dominant gedrag in de erfelijk geen zeldzaamheid is. Integendeel, volkomen, dominant gedrag geldt in de erfelijkheid als een grensgeval dat naar evenredigheid zelden wordt gerealiseerd. De dominant bontfactor bij de kanaries is dan ook niet volkomen dominant, maar incompleet-dominant. Dat blijkt ook wel in de praktijk waarbij we steeds weer zien dat uit twee op het oog volkomen pigmentvrije vogels af en toe weer een bont jong tevoorschijn komt. Dit verschijnsel kennen we niet alleen bij de kanaries, maar komt ook bij papegaaiachtigen en andere gedomesticeerde vogels en zoogdieren regelmatig voor. Zelf had ik ooit eens een dubbelfactorige dominant bonte grasparkiet gepaard aan een niet-bonte. Tussen de enkelfactorige jongen trof ik een jong aan dat geen enkel bont veertje liet zien. Het jaar daarop paarde ik deze uiterlijk niet bonte vogel aan een normale: ongeveer de helft van de nakomelingen bleek bont te zijn.
Harrie

Harrie van der Linden
31-10-2006, 20:57
Beste Antoni,
Je mag dan het gevoel krijgen dat ik op de parkieten uitgekeken ben, wees er maar van overtuigd dat jouw gevoel je in deze in de steek laat. Voorts heb ik het ook niet nodig uit diverse bladen theorieën bij elkaar te grabbelen, teneinde ze in dit forum te spuien, zoals jij het met enige spot verwoord. Je advies met mijn vragen en meningen bij de TC aan te kloppen leg ik dan ook maar naast mij neer te meer omdat de door jou zo aangeprezen TC’s ook zonder mij wel op het idee gekomen zouden kunnen zijn, dat de theorie over de zogenaamde enzymwerking al meer dan twintig jaar is achterhaald.
Mijn intentie om dit hier eens aan de orde te stellen vloeide voort uit een lezing die een kanariekeurmeester over dit onderwerp op een van onze verenigingsbijeenkomsten ventileerde. Omdat ik een collega-keurmeester in het openbaar nooit afval, heb ik toen mijn mond maar gehouden. Onlangs dacht ik dat het misschien wel iets was om op dit forum aan de orde te stellen. In plaats van er op in te gaan door mij gelijk te geven, dan wel - met argumenten onderbouwd - een andere mening te geven, weet je niets beters te zeggen dan dat jouw gevoel je ingeeft dat ik wel zo’n beetje op de parkieten uitgekeken ben. Of is het zo dat je niet kunt verdragen dat een parkietenboer op het theoretisch vlak van erfelijkheid en vederstructuur, menige kanarieman in zijn zak heeft?
Harrie

Antoni Hopmann
01-11-2006, 16:29
Beste Harrie!
Wat ik nou niet begrijp is,dat je bij de betreffende lezing niet gewoon in discussie
bent gegaan met die keurmeester en dat heeft niets met afvallen te maken.
In plaats daarvan kom je op deze site vertellen,dat je het allemaal beter weet
dan menig kanarieman.
Maar wat heeft menig kanarieman daar nou aan.De mensen hebben een liefhebberij,die een stukje ontspanning voor hun betekent.
Willen een vraag stellen en daar een eenvoudig antwoord op hebben.
Niet voor iedereen is het van levensbelang of een broodwinning.
Gun de kanarieliefhebbers gewoon hun plezier en probeer wat vriendelijker
over te komen.
Uiteindelijk zijn we toch allemaal vogelvrienden.:D

Harrie van der Linden
01-11-2006, 20:40
Beste Antoni,
Ik heb een stelling geponeerd over de zogeheten enzymfactor bij kanaries die in mijn visie een gewone bontfactor is. Dit heb ik onderbouwd door te beschrijven wat de factor doet en hoe dat in zijn werk gaat. Jij weet niets anders te vertellen, al zeg je het niet zo. Maar in bedekte termen zeg je zoiets van: blijf jij nu maar bij je parkieten en bemoei je niet met kanariezaken.
Kijk Antoni jij doet me denken aan de voor jullie zangkanariemensen gouden tijden toen de ''zang'' het tijdens de vergaderingen vrijwel alleen voor het zeggen had. Een kleurkanarieliefhebber kreeg een enkele ook nog wel eens het woord, maar daar had je het dan ook wel mee gehad. Mensen die tropische vogels hielden en parkietenliefhebbers werden nog niet eens aangehoord. Ja, je mocht er bijzitten, als je je mond maar hield en luisterde wat de zangmensen te berde brachten. Kijk Antoni, die tijden zijn voorbij. Anno 2006 mag iedereen zeggen wat hij over een bepaald onderwerp kwijt wil. Anderen hebben dan de vrijheid hiertegen stelling te nemen of te laten voor wat het is als ze het niet belangrijk genoeg vinden of laten in sommige gevallen een instemmend geluid horen.
Je begint je antwoord overigens met: "Wat ik niet begrijp is, dat je tijdens de lezing niet met die man in discussie bent gegaan en dat heeft niets met afvallen te maken." Ik vind zo’n openbare discussie tussen twee keurmeesters in het bijzijn van de mensen waar hij uiteindelijk voor gekomen is op zijn minst niet passend tegenover een gast. Ik heb daarom mijn beurt afgewacht en na afloop aan de bar bij het genot van een aantal pilsjes mijn mening over dit onderwerp verteld. En weet je wat die man toen zei? “Je kon best eens gelijk hebben, eerlijk gezegd zo heb ik het nog nooit bekeken.” Kijk Antoni, dat was nu mijn manier om vriendelijk over te komen, een eigenschap waarvan jij vindt dat ik die mis.
Als je nog op de stelling zelf in wilt gaan, prima, dan gaan we verder. Maar verder kissebissen over dingen die er niets mee te maken hebben, daar pas ik - met alle respect - voor.
Harrie

Antoni Hopmann
01-11-2006, 23:43
Beste Harrie!
Wat mij betreft mag je zo veel stellingen en meningen verkondigen als je wilt,
maar van wie verwacht je nou eigenlijk antwoord. Je hebt onder het genot van een paar pilsjes al een diplomatiek antwoord gekregen van een keurmeester.
Wat moet een ander daar nog aan toevoegen.
Wie zijn "jullie zangkanariemensen?"
Dat er in de grote steden veel vogelverenigingen waren,dat is een feit.
Het was en is nog steeds belangrijk te informeren of het om het een zang-kleurkanarievereniging of anderszins gaat.
Als je lid wordt van een zang- of kleurkanarievereniging kan je moeilijk verwachten,dat parkieten en/of tropen de hoofdmoot vormen.Dat geldt uiteraard ook andersom.Ik vind het vervelend voor je,dat destijds in de grote verenigingen maar weinig plaats was voor parkieten en/of tropen en dat je daarin teleurgesteld bent.
In de grote steden werden op kleurkanariegebied de nieuwste kleuren gekweekt.Denk hierbij b.v.aan ivoor,pastel ,opaal,grijsvleugel,ino,lutino,rubino
Die tijd is gewoon voorbij.E.e.a. heeft zich vanuit de grote steden verplaatst naar het platteland.
Veel van die vogels vooral ook ivoor gingen naar Belgie en de afstammelingen
komen weer terug naar Nederland.
Daar zit ik niet echt mee,want door drukke werkzaamheden heb ik mijn liefhebberij als kleurkanariekweker en later zangkanariekweker een aantal jaren moeten stoppen.Zelfs destijds nog leuke buitenlandse contacten gehad inzake vererving.
Maar een ding moeten we niet vergeten,dat Nederland altijd heeft behoord tot een van de toonaangevende landen in de kanariekweek en dat dank zij de
de kwekers van de grote kanarieverenigingen.Deze mensen hebben in de praktijk de weg gewezen en theorieen ondersteund.