PDA

Bekijk Volledige Versie : Het spijsverteringsstelsel van de grasparkiet



Harrie van der Linden
23-09-2006, 17:37
Ton Koek verwijst onder het kopje overige voor de spijsvertering van de vogels naar www.vogelproblemen.nl Het is daar inderdaad nauwkeurig en goed beschreven, maar wijkt op onderdelen toch iets af van de spijsvertering van bijv. grasparkieten. Grasparkieten bezitten geen galblaas en ook de blinde darmen zijn slechts rudimentair aanwezig en vervullen geen enkele functie in het spijsverteringsproces van de grasparkiet. Volledigheidshalve zet ik voor de grasparkietliefhebber het spijsverteringsstelsel van deze vogel nog eens op een rijtje.
De spijsverteringsorganen van de grasparkiet zijn qua vorm en bouw ondergeschikt aan het vliegvermogen van de vogel. Alle organen zijn licht, hebben weinig ruimte nodig en werken desondanks buitengewoon efficiënt.

In wezen is het spijsverteringsstelsel niets anders dan een aaneenschakeling van organen die van snavelholte tot aarsopening loopt, waarin het voedsel chemisch, fysisch en mechanisch wordt bewerkt, zodat de in het voedsel opgeslagen energie door het lichaam kan worden opgenomen.

Grasparkieten nemen als alle vogels het voedsel op met de snavel. Bij het opnemen van zaadkorrels maken ze tussen de 50 en 60 pikbewegingen per minuut, waarbij het zaad tevens wordt gepeld. De korte lepeltong is daarbij behulpzaam. In de snavelholte bevinden zich wel speekselklieren, maar deze scheiden slechts een soort glijmiddel af en geen spijsverteringsenzymen. Via de keelholte en de slokdarm komt het voedsel in de krop of in de maag. De krop wordt bij de voedselopname namelijk pas dan gevuld, als de maag al vol is. De overgang van het voedsel van krop naar maag wordt door een speciale hersenzenuw gestuurd en vindt plaats als de maag leeg raakt. In de krop wordt het voedsel geweekt en bewaard tot het verder wordt getransporteerd naar de maag.
De vogelmaag bestaat uit twee delen. Het voorste deel, de kliermaag, is bij de grasparkiet goed ontwikkeld. De wanden van de kliermaag bevatten klieren die spijsverteringsenzymen afscheiden waarmee het voedsel wordt behandeld. Van de kliermaag gaat het voedsel naar het tweede deel, de spiermaag. Deze maag is sterk gespierd en van binnen bekleed met een harde geribde keratinoïde binnenlaag. De malende werking van de spiermaag wordt versterkt door de aanwezigheid van opgenomen scherpe steentjes.
Nadat het voedsel is fijngemalen en vermengd met spijsverteringssappen, komt het in de dunne darm. De dunne darm van de grasparkiet bestaat uit drie primaire lussen: de twaalfvingerige darm (duodenum), de nuchtere darm (jejenum) en de echte dunne darm (ileum). Aan de binnenzijde van de eerste darmlus bevindt zich de alvleesklier. Deze produceert een aantal enzymen, die aan de twaalfvingerige darm worden afgegeven voor verdere afbraak van de voedingsstoffen. De lever van de grasparkiet bestaat uit twee ongelijke kwabben. Een galblaas ontbreekt. De galwegen monden rechtstreeks uit in de twaalfvingerige darm.

Het grootste deel van de vertering geschiedt in de dunne darm, waar ontelbare kliertjes hun enzymen afgeven. Terwijl het voedsel wordt voortbewogen, wordt het oplosbaar gemaakte gedeelte ervan door de darmwand opgenomen en komt in het bloed. De onverteerde en onverteerbare voedselbestanddelen belanden vervolgens in de dikke darm. In dit gedeelte van het darmkanaal wordt vocht aan de darminhoud onttrokken waardoor de uitwerpselen een vastere vorm krijgen.
De dunne darm gaat praktisch zonder merkbare overgang over in de dikke darm. De blinde darmen zijn bij grasparkieten slechts rudimentair aanwezig. Het uiteinde van de dikke darm mondt uit in de cloaca. Ook de urineleiders en de ei- of zaadleiders eindigen in de cloaca. Uitwerpselen en urine verlaten de cloaca gezamenlijk. De cloaca is tevens onderdeel van het geslachtsorgaan van de vogel.

De stofwisseling van de grasparkiet is zeer intensief. De vogel neemt dan ook verscheidene keren per dag grotere hoeveelheden voedsel op. De dagelijkse zaadopname varieert sterk per vogel, maar ligt gemiddeld rond de 6 g. Uitgaande van een goed ontwikkelde grasparkiet van 55 gram, is dat bijna 11 procent van het lichaamsgewicht. Ter vergelijking: voor een mens van 75 kg zou dat neerkomen op een hoeveelheid van ruim 8 kg. De grote hoeveelheden voedsel die de grasparkiet nodig heeft, maken dat de vogel snel verhongert als de voerbak leeg blijft. Na 12 uur vasten is de bloedsuikerspiegel, dit is het gehalte aan glucose in het bloed, gezakt tot ongeveer de helft van de normaalwaarde. Al kort daarop zal de vogel zijn reserves opgebruikt hebben en het punt gepasseerd zijn waar herstel nog mogelijk is.
Geheel in overeenstemming met de intensieve stofwisseling is de hoge lichaamstemperatuur. Deze is bij grasparkieten ongeveer 42 graden Celsius.
Harrie

Ton Koek
23-09-2006, 22:42
Erg interessant, nooit geweten dat er zulke verschillen zijn.
Dank!

Budgie
24-09-2006, 08:37
Twee zijdelingse opmerkingen.
- Het gegeven gewicht van 55 gram geldt voor de Engelse of TT grasparkiet. De wildvorm, en daarmee alle kleine gekweekte parkietjes, weegt rond de 30 gram.
- Het (m.i. grote) bezwaar van pellets als voeding is dat het voedsel al gemalen is. Daardoor heeft de spiermaag nog maar nauwelijks een functie en die maag degenereert na een paar generaties. Terugschakelen naar gewone zaden is dan niet mogelijk.

Budgie

Harrie van der Linden
24-09-2006, 14:50
Budgie, het opgegeven gewicht hoort inderdaad bij de TT grasparkiet, de voedselopname is voor de kleine grasparkiet ook ongeveer 11 procent van het lichaamsgewicht. Met nadruk schrijf ik hier ongeveer omdat de voedselopname mede afhankelijk is van de huisvesting (warm of koud) bewegingsvrijheid (veel of weinig vliegruimte) en last but not least van het seizoen (broedtijd, ruiperiode en rustperiode)
Wat je tweede opmerking betreft het volgende: als je de bijdrage wat ik hierover schreef goed hebt gelezen zou je kunnen weten dat door de fabrikanten van pelletvoeding zelf aanbevolen wordt tot 25% van het zaadmengsel waaraan de vogels gewend waren onder de pellets te blijven mengen. Tot 25% zaden tasten de waarden van pelletvoeding niet aan en men voorkomt dat de vogelmagen op de duur degenereren. Bovendien komen kopers van met pellet gevoerde vogels niet in de problemen, omdat ze de zaden kennen.
Harrie