PDA

Bekijk Volledige Versie : Veertypes bij de grasparkiet



Harrie van der Linden
14-08-2006, 14:55
De termen 'yellow' en 'buff' hebben de meeste grasparkietkwekers stellig al wel eens opgevangen. Voor wie de termen wel gehoord heeft, maar niet weet wat ermee wordt bedoeld: 'yellow' en 'buff' zeggen iets over het veertype van de grasparkiet zoals de lengte en breedte van de veer en de uitwendige structuur.
De termen 'yellow' en 'buff' komen van oorsprong uit de Engelse postuurkanarieliteratuur.
Tussen het ene uiterste, de gladde, kortbevederde yellow en het andere uiterste, de ruwe, langbevederde buff, treft men een reeks van opeenvolgende graden van veerstructuren en -lengtes aan die min of meer traploos in elkaar overgaan. Op de hoedanigheden en eigenschappen van de meest herkenbare veertypes wil ik hieronder nader ingaan.

Het yellow-veertype
De yellow bevedering moet beschouwd worden als de oorspronkelijke bevedering van de wildvorm grasparkiet. Gedurende het domesticatieproces van de grasparkiet is echter een zekere variatie in het oorspronkelijke yellow veertype ontstaan als gevolg van verschillen in erfelijke aanleggen en selectie door de fokkers. Tussen yellow en yellow bestaat dan ook vaak nog een groot verschil. Ook de verschillen in de groeirichting van de yellowbevedering is zeer groot, wat losstaat van het veertype.

De yellow-veer is een smalle, gladde veer met een fijne structuur, de baardjes en haakjes die de baarden bijeen houden, vertakken zich tot in de baardtoppen en zorgen voor een stevige dichte vlag. Kenmerkend voor het yellow-veertype is verder, de geringe hoeveelheid dons aan de basis van de veer. Vogels met het yellowveertype hebben een strakke, goed gesloten bevedering waarin de kleurstoffen tot in de uiterste baardtoppen zijn doorgedrongen en tonen, mits verder in goede conditie, een optimale lichaamskleur. Ook de ondulatietekening komt bij het yellowveertype het mooiste tot gelding. Andere pluspunten van grasparkieten met dit type bevedering zijn de vrijwel altijd goede lichaamshouding - een belangrijk showelement - en het feit dat ze sneller in conditie te brengen zijn en ook langer als fokvogel meekunnen dan grasparkieten die een ander, grover veertype bezitten.
Het grootste minpunt van de yellow-grasparkiet is de iele lichaamsbouw waardoor hij als postuurvogel niet mee kan.

Het buff-veertype
Tegenover het yellow-veertype staat het buff-veertype. De buff-veer is een lange, brede veer met een grove structuur en veel dons aan de veerbasis. De baarden van de buff-veer zijn beduidend langer dan van de yellow-veer, staan verder uit elkaar, hebben een grotere diameter en aan de baardtoppen ontbreken de baardjes en de haakjes. Evenals bij het yellow-veertype bestaat er ook tussen buff en buff een opmerkelijke variatie. Men onderscheidt normaal langbevederde vogels met tamelijk smalle veren en weinig dons en grofbevederde vogels met lange veren en een dichte massa dons aan de veerbasis. Ook zijn er buff-vogels die de juiste veergroeirichting missen, ze hebben diepe, maar geen mooie maskers en onvoldoende kopbreedte. Deze vogels ogen smal, vooral wat betreft de kop.

Buff-vogels lijken gewoonlijk groter, maar vooral beduidend breder van lichaamsbouw dan vogels met het yellow veertype. Dit komt door de grovere bevedering in combinatie met grote hoeveelheden onderdons aan de veerbasis. Neemt men een buff-vogel in de hand, dan voelt hij meestal los aan terwijl het lichaamsgewicht vaak veel minder is dan zijn postuur doet vermoeden.

Een ander pluspunt van de buffvogel is dat hij sneller groeit dan zijn yellow tegenhanger. Op een leeftijd van 5-6 maanden kan de buff qua grootte al aardig mee, terwijl de yellow nog lang niet op formaat is.

Naast de onmiskenbare voordelen, heeft het buff-veertype ook nadelen.
Qua kleur zal de buff-vogel het steeds afleggen tegen de yellow. Dit komt omdat zich gewoonlijk in de baardtoppen van buffvogels geen kleurstoffen bevinden, terwijl de aanwezige baardjes en haakjes vrijwel geen melanine bevatten. Ook de ondulatietekening is bij het buff-veertype als regel veel minder scherp dan bij yellow-vogels.
Zware buff-vogels hebben gewoonlijk 11 handpennen, die stuk voor stuk langer en smaller zijn dan van de yellowvogels. Het gevolg is dat buffvogels meestal een minder goede vleugeldracht tonen. Ook de lichaamshouding van de buff kan meestal niet tippen aan die van de yellow.

Een zeer groot minpunt van de buff-vogel is de verminderde levensvatbaarheid. Buff-vogels zijn moeilijk in broedconditie te krijgen, vooral de poppen. Als het al lukt gaan ze vaak niet meer dan één, hooguit twee broedseizoenen mee. Bij de mannen ligt het wat gunstiger. Vast staat echter wel dat uit buff-factorige vogels onderling gepaard over het algemeen minder jongen geboren worden dan uit yellow-vogels.
Ook het in tentoonstellingsconditie brengen van buffvogels is een hele toer en, indien het lukt, gewoonlijk van korte duur.

De buff-bevedering is het gevolg van een mutatie die vermoedelijk aan het einde van de veertiger jaren in Engeland optrad in een stam yellow grasparkieten. De buff-factor zetelt op een autosomaal chromosoom en vererft, zover thans bekend, onafhankelijk van alle andere bekende mutaties bij de grasparkiet. De kenmerkontwikkeling van de F1-individuen uit de paring buff x yellow of omgekeerd yellow x buff is intermediair. Anders gezegd: het verkregen veertype uit deze paring is noch dat van de een, noch dat van de de ander van de ouders, doch staat tussen beide uitgangsveervormen in; dit veertype wordt medium genoemd.

Het medium-veertype
Het mediumveertype houdt het midden tussen yellow en buff. De mediumveer bezit de veerbreedte en hoeveelheid dons van de buffveer en de fijne structuur en de dichte verhaking van de yellowveer en daarmee de goede eigenschappen van zowel de yellow-als de buffbevedering.
Het medium veertype geldt in zijn algemeenheid als de meest ideale bevedering voor tentoonsstellingsgrasparkieten. Dat is de theorie en tevens de praktijk. Maar ook op deze algemene regel zijn uitzonderingen. Om te beginnen kent ook het medium-veertype een grote variatiebreedte, vooral wat betreft de veerlengte.
Middelbevederde vogels die van grofbevederde opalines afstammen bijvoorbeeld, veroorzaken veelal dezelfde problemen als de echte buffvogels. Ze hebben weliswaar veren van het mediumtype, die tot in de toppen zijn verhaakt en waarbij ook de kleurstoffen tot in de uiterste baardpuntjes zijn doorgedrongen, maar zijn voor medium te lang. Grasparkieten met een dergelijke bevedering hebben vaak een uitstekende lichaamsbouw, maar ogen meestal slordig.

Cinnamons hebben vaak heel andere veren, gewoonlijk zijn ze fijn, maar feit is ook dat uit zichtbaar fijnbevederde ouderdieren op grond van hun genetische constellatie grofbevederde nakomelingen kunnen komen.
Het is dus beslist niet zo, dat uit de paring buff x yellow of omgekeerd steeds medium bevederde grasparkieten voortkomen.
Als fokker kunnen we aan de buitenkant dus ook niet zien, wat voor veertype men uit een bepaalde paring kan verwachten. Het is een zaak van kennis van de eigen vogels, waar ze vanaf stammen en wat er uitkomt. Het lukraak aankopen van een topvogel waarvan men in feite niets weet, is alleen al om die reden af te raden. Zeker, een enkele keer heeft men geluk en fokt men daaruit een echte topper, veel vaker echter komt men slechts tot middelmatige resultaten doordat de erfelijke aanleggen van de verschillende veertypen niet met elkaar stroken.

Het fokken van grasparkieten met de juiste bevedering is een lange weg en het best begaanbaar via lijnenteelt. Alleen op deze wijze zijn de uitkomsten controleerbaar en is men beter in staat juist dát bevederingstype in de vogels te brengen, wat men voor ogen heeft.

Het partial-yellow-veertype
Met partial-yellow (= gedeeltelijk yellow) bedoel ik het veertype van de doorsnee tentoonstellingsvogel. Het is yellow noch medium, maar een veertype daartussen in, zoiets van 75% yellow en 25% buff. Het gaat natuurlijk niet om een procent meer of minder, maar om zo duidelijk mogelijk aan te geven waar u dit veertype moet plaatsen.
Partial-yellow vogels doen gewoonlijk wat forser aan dan vogels met een yellowbevedering, maar leggen het qua formaat af tegen vogels van het ideale mediumveertype. Verder zijn op de partial-yellow alle goede eigenschappen van de yellow van toepassing. Poppen van het partial-yellow-veertype die uit de kruising partial-yellow x buff of omgekeerd stammen, zijn dikwijls waardevol voor de fok van het mediumveertype. Dit kan men vaststellen door de bewuste pop terug te paren aan een buff man. Uit een dergelijke kruising ontstaan verschillende veertypes waaronder het mediumveertype alsook een veertype dat tussen medium en buff inzit en dat ik hierna partial-buff zal noemen.

Het partial-buff-veertype
Dit veertype houdt het midden tussen medium en buff en zou als de tegenhanger van de partial-yellow gezien kunnen worden. Dit veertype is voor 75% buff. Vogels met dit veertype kunnen uitstekende postuurvogels zijn met vooral een goed formaat, vaak 24 cm of meer. Qua type zijn ze echter duidelijk de mindere van medium bevederde grasparkieten, dit is zeer zeker het geval als de lichaamslengte wat minder is. Ook de kleur, het showelement en de conditie van de partial-buff laten vaak te wensen over. Niettemin ken ik verschillende fokkers die met vogels van dit veertype de top bereikt hebben. Menigmaal als ik een grote show bezocht, ontkwam ik echter niet aan de indruk, dat dit soort vogels alleen op basis van hun fysieke kwaliteiten de top bereikt hadden en dat weinig of geen rekening gehouden was met andere in de standaard gestelde kwaliteitseisen. Voor alle duidelijkheid: partial-buff-vogels zijn dikwijls zeer goede vogels met veel goede eigenschappen, grasparkieten om te hebben, maar in mijn visie slechts in weinig gevallen echte showvogels.
Harrie

janvos
14-08-2006, 18:09
zeer leerzaam, en belangrijk voor kwekers van de grasparkiet die slechte broedresultaten hebben.

kort gezegd het verschil van schimmel en intensief;)

tabrl1
27-09-2006, 11:46
Geachte Heer van der Linde,

Als startend grasparkieten kweker, verzamel ik veel informatie, en lees ook veel op internet. Veel van de gevonde informatie wil ik graag delen met andere liefhebbers. Ik heb hiervoor een website (www.parkietenhobby.nl)
Graag zou ik u toestemming krijgen om de stukken die u schrijft op deze site te plaatsen, met bronvermelding natuurlijk. En eventueel heeft u nog andere stukken die van belang kunnen zijn.
Ik ben zeer benieuwd naar u reactie.

Met vriendelijke groet,

Ruud Lenaerts

Harrie van der Linden
27-09-2006, 13:23
Ruud, wat ik op Vogelcafé heb gezet, mag je met bronvermelding gebruiken. Zie verder mailtje dat ik je gestuurd heb.
Harrie