PDA

Bekijk Volledige Versie : engelse grasparkieten



debokker
19-05-2006, 23:24
:confused: wij hebben jonge grasparkieten die de staartveren en vleugelpennen verliezen zo gauw als ze het nest verlaten
en deze groeien niet meer aan
weet iemand misschien waaraan dit ligt?

louis polane
20-05-2006, 09:17
komt vrij veel voor is toch een voedings gebrek, meestal aan vit.b mensen die een goede voeding geven met veel vit. hebben daar minder last van of zelfs helemaal niet. Ga je vogels gehakte brandnetels door je eivoer heen doen en eventuel kokosolie beide produkten bevatten zeer veel vit. Zoek op google naar beide produkten en je ziet wat je hier mee kunt doen. Ik hoop dat ook de grote grasparkieten kwekers je hierover kunnen adviseren. Deze zullen wel reageren want het is een veel voorkomend probleem bij grasparkieten.

Coert
21-05-2006, 20:25
Vroeger werd dit verschijnsel franse rui of kruipers ziekte genoemd.
Recentelijk is gesproken dat het veroorzaakt zou worden door een virus.
Het zou hierbij gaan om een polyomavirus.
Tegen virussen is weinig te doen.
Je kan proberen om de kweek stil te zetten, de vogels een rust periode te geven van minimaal een half jaar daarna de kweek weer opstarten.
In de rust tijd is het raadzaam geen vogels te kopen of te verkopen (dit i.v.m. het besmetten van nieuwe vogels of andere bestanden).
Polyoma is een veel voorkomend virus dus het verschijnsel zal regelmatig optreden bij diverse kwekers.

m.v.g.

Coert.

louis polane
21-05-2006, 21:36
het is inderdaad een virus maar deze krijgt alleen de kans de kop op te duiken als de vogels niet genoeg weerstand hebben. Wat vaak door een voedingsgebrek ontstaat, daarom is het geven van kokosolie zo goed omdat het veel vit bevat maar ook een bact. en virus dodende werking heeft vandaar dat het veel toe gepast wordt in de cosmetica industrie omdat het genezend werkt op de huid, de gehele lichamelijke conditie wordt er beter door zowel voor mens en dier.

Wim van der Waal
22-05-2006, 21:05
het is inderdaad een virus maar deze krijgt alleen de kans de kop op te duiken als de vogels niet genoeg weerstand hebben. Wat vaak door een voedingsgebrek ontstaat, daarom is het geven van kokosolie zo goed omdat het veel vit bevat maar ook een bact. en virus dodende werking heeft vandaar dat het veel toe gepast wordt in de cosmetica industrie omdat het genezend werkt op de huid, de gehele lichamelijke conditie wordt er beter door zowel voor mens en dier.
Waar kan je die kokosolie aanschaffen?

Gr. Wim

louis polane
22-05-2006, 22:08
in iedere toko of als je op google zoekt bij kokosolie zijn er zat adressen waar je het kunt kopen of ze sturen het zelfs op. het enige wat ik nu zo vreselijk jammer vind is dat de "grote grasparkieten mannen" nu bij deze vragen erg zwijgzaam zijn, tewijl dit op elke vergadering of elke tt uislag wel anders is ze weten het dan altijd beter dan de keurmeester.

zegel048
25-05-2006, 19:00
:cool: Het is inderdaad een veel voorkomend verschijnsel dat deze vogels zodra ze het broedblok uitkomen de slagpennen en soms ook de verlengde staartpennen verliezen. Het gaat hier om een vorm van het polyoma virus. Er is echter niet veel aan te doen. Wel is het zo dat wanneer je het eiwitgehalte in de voeding overdoseert de kans op deze ziekte vergroot. Ook slechte beluchting en het niet voldoende verversen van het drinkwater maakt de kans op deze ziekte groter. Als je in een nest kruipers hebt kun je zo'n koppel beter uit de kweek halen want in het volgende nest is het weer zo. Mijn ervaring is echter dat zo'n kopel het volgende jaar normaal kweekt en geen kruipers geeft. Ik heb al eens geexpirimenteerd met 2 vrij ernstige kruipers die de vlkeugelpennen niet terugkregen. Deze vogels een pop en een man heb ik het volgende jaar aan elkaar gepaard en die gaven gezonde en kwalitatief goede jongen, terwijl de ouders erg klein waren gebleven omdat er zoveel energie gaat zitten in de veergroei dat de vogels niet voldoende kunnen ontwikkelen.

Met vriendelijke groeten,

Kor Zegelaar

Harrie van der Linden
08-08-2006, 22:19
Hoewel het polyomavirus het meest voorkomt bij jonge grasparkieten, zijn alle soorten van papegaaiachtigen er gevoelig voor.
Men onderscheidt verschillende vormen van polyoma, ook is er een dramatisch verschil in het ziektepatroon bij de verschillende papegaaiachtigen. Bij grasparkieten bijvoorbeeld, kennen we een extreme vorm en een milde vorm van polyoma. Bij de extreme vorm van polyoma ziet men tot 10 ŕ 15 dagen een normale ontwikkeling, dan plotselinge sterfte zonder verdere symptomen. Andere nestjongen van hetzelfde ouderpaar tonen een opgezwollen buik en uitdrogingsverschijnselen wat vooral goed zichtbaar is aan loopbenen en tenen, die enigszins verschrompeld aandoen, soms ziet men zenuwafwijkingen. De dons- en contourveren veren van zulke nestjongen zijn sterk onderontwikkeld en er is veel sterfte in de eerste drie levensweken, soms oplopend tot 100%. Jongen die overleven tonen bevederingstoornissen in de dekbevedering terwijl de grote vleugel- en staartpennen nauwelijks zijn ontwikkeld waardoor de vogels niet kunnen vliegen. Het zijn in alle gevallen onderontwikkelde vogels die niet meer herstellen.
Bij de milde vorm van polyoma - deze treedt op als de jonge vogels na de 15de dag met het virus worden geďnfecteerd - laten de jonge grasparkieten vlak voordat ze het nestblok verlaten, alle slag- en staartpennen vallen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat ook de milde vorm van polyoma verschillende gradaties kent variërend van het verlies van enkele vleugelpennen tot de zwaardere gevallen, waarbij ook de lichaamsbevedering is aangetast.
In de spoel van de afgeworpen vleugelpennen zien we een roodbruine bloederige massa, zodat wel van bloedpennen gesproken wordt. De veerschachten zijn bros en tonen enigszins gekrulde baarden. Aan het einde van de schacht zijn de pennen iets geknikt.
Behalve het feit dat de jonge vogels niet of nauwelijks kunnen vliegen en zich over de grond of langs het gaas kruipend voortbewegen, vandaar de benaming kruiper, zijn ze verder vitaal en lijken volkomen gezond. Deze vogels herstellen gewoonlijk na enige tijd weer normaal, waarbij de meer ernstige gevallen soms wat in groei achterblijven in vergelijking met hun niet aangetaste soortgenoten.

Bij papegaaiachtigen onderscheidt men eveneens de peracute sterfte zonder voorafgaande symptomen. Een ander ziekteverloop bij papegaaiachtigen wordt gekenmerkt door verschijnselen van lusteloosheid, geen eetlust, gewichtsverlies, vertraagde kroplediging, braken, diarree, uitdrogingsverschijnselen, ademhalingsproblemen en verhoogde urinevloei en vervolgens sterfte binnen een tijdsbestek van twee dagen. Hier blijkt bij sectie de buikholte gevuld met helder vocht en ziet men een smalle bleke milt en een bleke gezwollen lever.
Bij grotere papegaaiachtigen treden de problemen gewoonlijk aan het licht op een leeftijd van 4 tot 16 weken. Vogels welke na vijf maanden met het polyomavirus in aanraking komen zullen doorgaans antistoffen opbouwen zonder ziekteverschijnselen te vertonen.

Naar de oorzaak van polyoma is vooral de laatste jaren door talrijke wetenschappers intensief onderzoek gedaan. Uit de onderzoeken is gebleken, dat de ziekte wordt veroorzaakt door het zogeheten avipolyoma-virus, een virus dat taxonomisch tot de grote familie van de papovavirussen wordt gerekend. De naam papovavirus geldt als familieaanduiding voor het Papilloma (PA), Polyoma (PO) en Vacuola (VA) virus.

Volwassen vogels verspreiden het virus door huidschilfers, veerstof en uitwerpselen. Verder zijn er aanwijzingen dat het virus ook via het broedei kan worden overgebracht. Een besmettingsroute via de ademhaling wordt niet uitgesloten omdat bij onderzoeken virusdeeltjes in het longweefsel zijn aangetroffen.
Door polyoma aangetaste jonge dieren verspreiden het virus door afgeworpen veren of veerdeeltjes, huidschilfers, veerstof, de ontlasting en mogelijk ook via de ademhaling.

Vogels die de ziekte te boven komen, kunnen 'dragers' worden en op bepaalde momenten van stress een infectiebron vormen in fokbestanden. Een aantal vragen ten aanzien van de progressie van de ziekte zijn nog onbeantwoord gebleven. Een open vraag is nog steeds, waarom sommige fokparen voortdurend geďnfecteerde jongen voortbrengen, terwijl andere het ene jaar gezonde nakomelingen voortbrengen en het andere jaar zieke.

Zoals bij alle virusziekten zijn er geen specifieke medicijnen om de aandoening te behandelen. In Amerika wordt momenteel nog onderzoek verricht naar een vaccin als voorbehoedmiddel tegen de ziekte. Ook wordt momenteel een vaccin met geďnactiveerd polyoma-virus door verscheidene universiteiten getest, dit is echter nog niet relevant voor de praktijk. Maar ook als er in de nabije toekomst een doeltreffend voorbehoedend vaccin in productie komt, zie ik - het vogelwereldje kennende - nog geen wereldwijd vaccinatieprogramma van de grond komen waaraan elke parkiet- en papegaaienhouder deelneemt. De verwachting is dan ook dat er altijd vogels zullen blijven die de besmetting kunnen verspreiden. Daarom is het zaak dat we leren omgaan met het fenomeen polyoma.
Fokkers die nog nooit met polyoma te maken hebben gehad, dienen zich te realiseren dat juist hun bestand het meest kwetsbaar is omdat hun vogels onvoldoende of zelfs helemaal geen antistoffen tegen de ziekte hebben opgebouwd.
Wanneer de ziekte onverhoopt optreedt, moeten een aantal maatregelen genomen worden om verspreiding van het virus binnen het bestand zoveel mogelijk te beperken.
Tot die maatregelen behoren:
- broedkooien, broedblokken, enz. regelmatig desinfecteren met een
virusdodend middel, bijv. Vircon-S;
- het gebruik van een lucht-ionisator, zodat zwevende stofdeeltjes die door
de virussen als transportmiddel gebruikt worden, snel neerslaan;
- zorgen voor een goede ventilatie en afzuiging gedurende de tijd dat de
vogels actief zijn;
- als u de kweekruimte met een stofzuiger reinigt een tweede slang aan de
uitlaat van het apparaat koppelen en deze naar buiten leiden zodat de
eventueel opgezogen virussen niet door het hele verblijf verspreid
worden;
- geen eieren of jongen overleggen in bestanden waarin polyoma voorkomt;
- afgeworpen veren van aangetaste dieren direct verwijderen en afvoeren.
- ernstig aangetaste jongen die - naar het zich laat aanzien - toch niet
meer herstellen in laten slapen. Deze zware gevallen vormen een ernstige
infectiebron en daardoor een bedreiging voor de andere fokvogels.
- ouders van dergelijke vogels tenminste een half jaar uitsluiten voor de
fok.
Als na die periode opnieuw polyoma in het nest optreedt, het betreffende
fokspan eveneens in laten slapen, hoe hard dat ook klinkt.

Het is duidelijk dat u geen vogels verkoopt en er ook niet mee showt als polyoma in actieve vorm in uw bestand aanwezig is. Doet u dat toch dan werkt u, met de kennis die u thans over dit onderwerp heeft, bewust mee aan de verdere verspreiding van deze besmettelijke ziekte en kunt u zich afvragen of u zich nog wel vogelliefhebber mag noemen.
Harrie van der Linden

antonbuuron
18-06-2008, 18:26
debokker
ik ben het met ,een ieder eens dat het een virusziekte is.
MAAR ook al eens aangedacht dat het een Te ver doorgevoerde inteelt is???

herman
18-06-2008, 20:09
Hallo Antoonbuuron,
Zou je willen uitleggen hoe je tot die stelling komt?
Ik ben erg benieuwd hoe je dit denkt aan te tonen.

Groet,

Herman

antonbuuron
26-06-2008, 11:08
Beste Herman
Enkele Duitse kwekers beweren een middel gevonden te hebben dat deze kruipersziekte.
Afdoende bestrijdt
Ook deze heren komen tot de conclusie dat de kwaliteit van de maagsappen waarmee de pop de jongen in de eerste dagen voert, verantwoordelijk is voor deze ziekte .Zij spreken over erfelijke vatbaarheid of tewel het onvermogen eiwitrijke maagsappen te verstrekken en dit onvermogen schijnt op een of andere manier erfelijk te zijn Vandaar mijn mogelijke stelling van te ver doorgevoerde inteelt. (handleiding W.Beckmann)
Dr. Steiner heeft een groot aantal proeven met, kruipers, genomen en meent het bewijs voor de erfelijkheid van de ziekte te hebben gegeven, Nu kan door natuurlijk inteelt een stam vogels verkregen
worden die gevoeliger voor zo, n ziekte is dan een stam waarin steeds vers bloed wordt gebracht
Worden de omstandigheden nu ongunstig dan zullen inteelt vogels bevattelijker hiervoor zijn
(kleurparkeiten A.Rutgers)

herman
26-06-2008, 15:07
Beste antonbuuron,
De boeken die je noemt heb ik beide in mijn bezit evenals nog een aantal andere grasparkietenboeken. De door jou geciteerde boeken zijn respectievelijk 42 jaar oud (Beckman 1966) en 53 jaar oud( Rutgers 1955). Met alle respect voor deze heren, want ze hebben heel veel betekend voor de grasparkietensport, durf ik toch de stelling aan dat hun boeken enigszins gedateerd zijn, hoewel ik Rutgers maar vooral Beckman nog regelmatig inkijk.

De bewering van Beckman: “erfelijke vatbaarheid oftewel het onvermogen eiwitrijke maagsappen te verstrekken en dit onvermogen schijnt op een of andere manier erfelijk te zijn”

gaat volledig voorbij aan het feit dat er in een nest wel en niet aangetaste jongen kunnen zitten die toch allemaal het zelfde gevoerd krijgen.Op het gebied van “kruipersziekte” oftewel “French Moult” zijn de inzichten toch behoorlijk veranderd.
De onderstaande tekst is afkomstig van de site van Inte Onsman Mutavi Research en Adviesgroep:

“De aetiologie van kruiperziekte (French Moult) is vooral de laatste jaren bijzonder goed bestudeerd. Het blijkt een besmettelijke virusziekte te zijn die veroorzaakt wordt door een lid van de papovavirus familie die nu wordt aangeduid als het Avipolyomavirus. Dit zoogdiervirus was klaarblijkelijk door zijn unieke eigenschappen in staat zich aan te passen, te repliceren en te overleven in papegaaiachtigen (Griffin,1983)[9]. Twee vormen van deze ziekte zijn bij grasparkieten geconstateerd; de ernstigste vorm (BFD) veroorzaakt sterfte onder de jongen die kan oplopen tot 100% en een mildere vorm genaamd kruiperziekte (French Moult) die bevederingsstoringen veroorzaakt die resulteren in "kruipers". Als de ziekte de kop opsteekt moeten maatregelen genomen worden om te voorkomen dat het virus zich door de gehele voličre verspreidt (Baker,1990). Volwassen vogels verspreiden de ziekte door veerstof en uitwerpselen. Kruipers verspreiden het virus door rondslingerende losse veren, veerstof en uitwerpselen. De infectie kan worden overgebracht via de eieren want eieren van broedparen die aangetaste jongen voortbrengen, zullen ook aangetaste jongen voortbrengen als hun eieren worden ondergelegd bij paren waarvan de jongen gezond zijn. Het gebruik van een effectief desinfecterend middel zoals b.v. Vircon S wordt dan ook aanbevolen. Als de ziekte in uw voličre in actieve vorm voorkomt, verkoop dan geen vogels en breng ze ook niet naar tentoonstellingen. Doet u het toch, dan verspreidt u deze besmettelijke ziekte onherroepelijk onder andere kwekers”.

De volledige tekst van het artikel vind je door de volgende link aan te klikken.

http://home.versatel.nl/onsman1/kruiper.htm

Ik wil in zover meegaan met je stelling dat ik de mogelijkheid niet uitsluit dat de ene vogel vatbaarder is voor het virus dan de andere en dat dit in sommige gevallen ook een erfelijke oorzaak kan hebben.

Groet,

Herman